Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label Japan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Japan. Alle posts tonen

vrijdag 9 juni 2017

Vlissingse HBS’ers corresponderen met oorlogsheld Nederlandse Shell tanker Ondina

tekening Ron van Maanen

Inleiding
In 2016 kwam het Gemeentearchief Vlissingen in het bezit van een plakalbum met daarin brieven, foto’s en prentbriefkaarten van bemanningsleden van de La Corona/Shell tanker Ondina. (1) De brieven schetsen het zeemansleven aan boord van een Nederlands koopvaardijschip in de jaren vijftig van de vorige eeuw, soms tot in de details.

Nederlandse vereniging tot adoptie van schepen
De in Schiedam gevestigde Nederlandse vereniging tot adoptie van schepen (NEVAS) streefde sinds 1946 ernaar dat scholen Nederlandse koopvaardijschepen adopteerden. De vereniging wilde de belangstelling van de jeugd voor de scheepvaartwereld bevorderen en adoptie van een schip was hierbij een belangrijk middel. Naast een briefwisseling tussen leerlingen en bemanning kon over en weer cadeautjes worden gestuurd. Door de bemanning gekocht tijdens hun reizen en vanuit de school bijvoorbeeld met sinterklaas en kerst. De Vlissingse RHBS adopteert de Ondina. Dat gaat niet geheel vlekkeloos. In 1950 schrijft haar kapitein P.J. Boudier dat vanwege allerlei omstandigheden de correspondentie is verwaarloosd. Het schip heeft gedurende langere tijd op de oost gevaren. Nu is het gerepareerd en onderweg naar Curaçao met vele nieuwe officieren. Het is de gelegenheid, schrijft Boudier, om zijn leven te verbeteren en te beginnen met een briefwisseling. Hij hoopt dat ook de leerlingen hier zin in hebben. Dat is inderdaad het geval. De correspondentie stokt later opnieuw maar wordt toch weer opgepakt. De laatst bewaarde brief van het schip dateert van 9 maart 1958. Kapitein C.J. van de Weijer bedankt voor de 87 brieven en het kerstpakket die eindelijk zijn aangekomen. Het schip wordt in 1959 buiten dienst gesteld en vervolgens gesloopt.

Het leven aan boord van de Ondina in de jaren vijftig
De brieven zijn niet van humor ontbloot. Zo wordt een ansichtkaart uit Dakar meegezonden waarop marktkooplui zijn afgebeeld met de woorden dat het gaat om de Afrikaanse versie van de patat frites kraam staande aan de Vlissingse Vissershaven. De leerlingen krijgen op elke vraag een serieus antwoord of het nu gaat om de medische zorg, de voeding of over de machinekamer.

De bemanning van de Ondina bestaat deels uit Nederlandse officieren en deels uit Chinese matrozen en ander personeel. Je gaat niet dagelijks naar huis, zo schrijft haar kapitein in 1957 dat het gebruikelijk is om 1 jaar aan boord te zijn en dan 2,5 maand verlof te krijgen. In Terneuzen wordt het gehele Chinese deel van de bemanning afgelost. Zij hebben dan bijna 2,5 jaar aan boord gewerkt! Het schip zelf begint haar leeftijd te voelen en vaart dan tussen Dakar, Trinidad, Las Palmas, Curaçao en Gent heen en weer. Toch gaat het weer naar het Verre Oosten toe en worden onder meer Yokohama, Nieuw Guinea en Singapore bezocht.
Maar het is niet alleen de kapitein die schrijft, ook bijvoorbeeld de marconist. Deze stuurt een briefje mee met daarop in het Chinees de cijfers 1-10 en vertelt en passant erbij dat dit ongeveer het enige Chinees is wat hij na 4 jaar heeft geleerd. Op zich is dat niet eens zo verwonderlijk want het dekpersoneel komt uit Foochow, de bedienden uit Hainan en het machinekamerpersoneel uit Kanton, elk met hun eigen dialect. Verder spreken de Chinezen vaak Maleis en Pidgin Engels. Dat Pidgin Engels wordt over de gehele wereld door zeelieden gesproken en de leerlingen krijgen het advies dan met name het school-Engels te vergeten.

Er zijn ook dieren aan boord, sommigen gewild anderen verre van dat. Kapitein Boudier heeft twee honden genaamd Puck en Viezerik. Viezerik omdat zij als puppie altijd door de smerigheid heen kroop. De duiven van de eerste machinist zijn weggevlogen in Maracaibo en nooit meer teruggekeerd. Ongewenste gasten zijn enige honderdduizenden kakkerlakken en verder ook wandluizen.

Tweede Wereldoorlog
De Ondina was niet een doorsnee tanker. Zij is het eerste Nederlandse koopvaardijschip dat een Koninklijke Vermelding bij Dagorder – op 9 november 1948- zou krijgen. Dit is een Koninklijk Besluit verleend aan schepen van de Koninklijke Marine of onder Nederlandse vlag varende koopvaardijschepen die zich in de strijd na 10 mei 1940 een bijzondere daad heeft verricht. En dat heeft de Ondina!

In 1939 breekt de Tweede Wereldoorlog uit en waarbij tussen 1940-1945 Nederland door Duitsland werd bezet. In het Verre Oosten breekt de oorlog pas uit na de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941. Een dag later verklaart ons land de oorlog aan Japan. Op dat moment is Nederlands-Indië (het huidige Indonesië) met de belangrijke oliebronnen nog steeds een Nederlandse kolonie. De Nederlandse koopvaardij moet vanaf dan ook op de hoede zijn voor Japanse schepen. Dat hoeven niet alleen echte oorlogsschepen te zijn. Ook zogenaamde hulpkruisers vormen een wezenlijk gevaar. Een hulpkruiser is niet meer dan een snel varend koopvaardijschip met een (soms zware) bewapening. 


Aikoku Maru and Hokoku Maru

Samen met haar escorte, de British-Indische mijnenveger H.M.I.S. Bengal, komt midden op de Indische Oceaan de Ondina op 11 november 1942 in gevecht met de Japanse hulpkruisers Hokoku Maru en Aikoku Maru.(2) Het gevecht heeft een onverwachte afloop. Een (gelukkig?) schot met het 10,2cm kanon op de Ondina raakt de Hokoku Maru die vervolgens in de lucht vliegt. Nadat de munitie op is, wordt de witte vlag gehesen en de Ondina door haar bemanning verlaten. De Aikoku Maru torpedeert de Ondina en vertrekt, ervan uitgaande dat zij zinkende is. Bemanningsleden van de Ondina keren terug en weten met het zwaar beschadigde schip op 18 november Fremantle, Australië te bereiken. Vijf opvarenden, waaronder haar kapitein Horsman, overleven het gevecht niet. Op 16 juni 1945 komt zij als eerste tanker het inmiddels bevrijde Rotterdam binnenvaren.

Noten
1. Te water gelaten bij de Nederlandse Dok&Scheepsbouwmaatschappij te Amsterdam op 29 april 1939 en voltooid op 1 augustus 1939. Met een bruto tonnage of 9.070 tons waren haar afmetingen 130,49 x 16,62 x 6,40 meters. De Werkspoor 6-cilinder 2.800pk diesel maakte een maximum snelheid van slechts 12 knopen mogelijk. Tijdens de oorlog was zij bewapend met 1-10,2cm kanon en een aantal machinegeweren.
2. The Hokoku Maru-klasse hulpkruisers bestond uit de Hokoku Maru, Aikoku Maru en Gokoku Maru (ex-Kokouk Maru) , oorspronkelijk gebouwd als passagiersschepen voor de Osaka Mercantile Steamship Co. Ltd. maar in 1941-1942 toegevoegd aan de Japanse marine. Waterverplaatsing 7.529 tons en als afmetingen 160,8 x 20,1 x 12,5 meters. De Hokoku Maru had een snelheid van 21,1 knopen en een bewapening van 8-15cm kanons, 2-7,62cm kanons and 4-53,3cm torpedobuizen. De Aikoku Maru had een snelheid van 20,9 knopen  en een bewapening van 8-14cm kanons, 4-2,5cm anti vliegtuig kanons en 4-53,3cm torpedobuizen. 

zaterdag 18 april 2015

Japanse oorlogsschepen bezochten Vlissingen in 1907

32787/FA25923 (GA Vlissingen)

We hebben maar één kleine foto van een bezoek door de Japanse marine in Vlissingen in 1907. Niet opzienbarend is de eerste gedachte tenzij je het verhaal achter die foto weet. Als we dieper de geschiedenis induiken, dan zien we dat dankzij de Verenigde Oost-Indische Compagnie Nederland en Japan een relatie hebben die zich over eeuwen uitstrekt. Sterker nog, Nederlandse kooplieden waren vanaf 1641 de enige West-Europeanen met een vaste verblijf- en woonplaats in het Japanse rijk, namelijk op het eiland Decima. Japan sloot zich van de buitenwereld af tot in 1853 een Amerikaanse oorlogsvloot Japan dwong haar havens open te stellen voor de buitenwereld en dus niet alleen voor Nederland. In een rap tempo begon de modernisering van Japan. Nederland speelde hierbij een niet onder te schatten rol en hielp bijvoorbeeld bij de opbouw van de Japanse marine. Tegelijkertijd begon de invloed van Japan in Zuid-Oost Azië toe te nemen. Dit leidde tot een oorlog met het Chinese keizerrijk waarbij de moderne Chinese vloot verpletterend werd verslagen door de Japanse. Dit was een teken aan de wand voor de toekomst. Tussen 1904 en 1905 waren de Russische en Japanse keizerrijken in oorlog waarbij Rusland vernietigend werd verslagen. Plots waren de ogen van het Westen gericht op Japan. Immers niemand had verwacht dat een Aziatisch land een gevestigde Europese macht kon verslaan. Ook in Nederland reageerde men ongerust. Tijdens de uitbraak van de Russisch-Japanse oorlog (8 februari 1904 and 5 september 1905) was al duidelijk geworden dat de Nederlandse marine niet opgewassen was tegen Rusland noch Japan terwijl Nederland op dat moment nog Nederlands-Indië [het huidige Indonesië] met rijke grondstoffen bezat. (1)

De Asagiri, Umigiri en Kashima op het IJ, Amsterdam juli 2008 (foto RvM)

Japan besloot na 1905 tot een ‘vriendschapsoffensief’ en zond hiertoe een paar oorlogsschepen die onder meer de Verenigde Staten, Engeland maar ook Nederland, met name Vlissingen bezochten. In 2008 gebeurde dat opnieuw toen drie Japanse oorlogsschepen Amsterdam bezochten in het kader van 400 jaar handelsbetrekkingen. Terug naar 1907. Opvallend is dat alle met name genoemde officieren hun loopbaan afsloten in de rang van (vice) admiraal.

In de lokale kranten werd aandacht besteed aan het bezoek in 1907. Opvallend is de spraakverwarring over de diverse tijdstippen c.q. data. De Vlissingse Courant van 4 juli meldde dat op vermoedelijk de 7e de twee Japanse oorlogsschepen Tsukuba (2) en Chitose (3) Vlissingen zouden aandoen voor een bezoek van enkele dagen. (4)

De editie van Dinsdag 9 juli meldt een aankomst op maandagmorgen van de schepen komende van Oostende, België. ‘s Avonds vertrokken enkele Japanse vlag- en hoofdofficieren met de trein van 18.55 naar paleis het Loo voor een ontvangst door Hr.Ms. Koningin Wilhelmina. Ondertussen wemelde het in de stad Vlissingen van Japanse matrozen die bijna alle winkels bezochten. Het kopen bleef echter bij de verwachtingen achterwege omdat slechts een enkeling onder hen wat gebroken Engels sprak en omdat de tegenwaarde van de Japanse munt onbekend was. Volgens de krant was de waarde van de yen (onderverdeeld in 100 sen) ongeveer gelijk aan twee Nederlandse guldens. Bij een onderzoek bleek dat de plaatselijke kassiers ƒ 1,20 gaven voor een gouden yen en voor een zilveren yen ƒ 1.

Een dag later (editie Woensdag 10e) luidde het dat de Japanse vlootvoogd en zijn officieren waren uitgenodigd om op de 9e het diner op pales Het Loo te gebruiken. Hierbij waren verder aanwezig de Japanse gezant Aimaro Sato (5), schout-bij-nacht Havao Shimamura (6), president van de marineacademie te Etajima, de Nederlandse minister van marine Cohen Stuart (7), schout-bij-nacht Römer (8), directeur en commandant van de marine te Hellevoetsluis en luitenant ter zee 1se klas K.F. Sluys (9) tijdelijk toegewezen aan de Japanse delegatie. Op de 9e arriveerde men om 5.00 [17.00] uur op het station Apeldoorn waar men opgehaald werd met koetsen voor het diner met de koningin en haar prins-gemaal. Huzaren uit Deventer verzorgden de bijpassende muziek. Met de trein van 8.14 [20.14] uur keerde men terug. landelijke bladen als het Algemeen Handelsblad maar ook de De Nieuwe Tilburgsche Courant vermeldt dat de koningin op maandag werd bezocht. Om 16.56 kwam het gezelschap op het station daar aan om om 18.12 weer te vertrekken.

Op de 10e werd een lunch aangeboden door de Japanse gezant waarvoor ook de ministers van buitenlandse zaken en de marine waren uitgenodigd. De Japanse vlootvoogd wilde op Woensdag 9de (10e dus) de Rotterdamse Waterweg en de haven bezoeken.

De Tsukuba, tekening Ron van Maanen

In de editie van Donderdag 11 juli staat een uitgebreid stuk over het bezoek afgelegd door de Japanse ‘koolzwarte’ schepen Het stuk werd geschreven door een journalist [N.v.N.] die per trein was afgereisd naar Vlissingen en op Zondagmorgen [de 7e!] net op tijd arriveerde om de Japanners te zien aankomen. De opmerking die hij maakte over de Japanse vlag was niet gepast. Volgens hem ‘door ‘een Zeeuwsch boerinnetje als een “roode spin op een witten doek gekwalificeerd.” Het waren de modernste schepen die Japan bezat en bemand door meer dan 1.200 ervaren zeelieden met oorlogservaring uit ‘den jongsten oorlog’[die met Rusland dus]. Hun eerste bezoek was aan Hampton Roads, Verenigde Staten waar zij deelnamen aan de vlootrevue tijdens de viering van het 350-jarig bestaan van de kolonie Jamestown. Vandaar voer men door naar Engeland, naar Kiel, Duitsland voor de Kielerwoche, waar de Duitse keizer de Tsukuba bezocht, Oostende in België en toen naar Vlissingen. Maar dan maakt de journalist een intrigerende opmerking. Vlissingen gelegen aan de Schelde was ondanks haar strategische ligging en de aanwezigheid van een grote scheepswerf (Kon.Mij. De Schelde) niet beschermd door landbatterijen en er was geen enkel Nederlandse oorlogsschip aanwezig. Dit laatste is bevreemdend omdat tijdens de oorlog tussen Rusland en Japan juist weer een zwaarder oorlogsschip [de rammonitor Hr.Ms. Reinier Claeszen] in Vlissingen was gestationeerd en niet volstaan werd met alleen een oude stoomkanonneerboot. Nu was blijkbaar zelfs het wachtschip afwezig.(10) Hoe het ook zij beide Japanse schepen ankerden circa-23 mijl uit de kust en de Nederlandse schout-bij-nacht Römer (11) met zijn adjudant C. Fock voeren per stoomsloep naar het vlaggenschip Tsukuba voor een verwelkoming namens de Nederlandse minister van marine.

Commandant van de Tsukuba was kapitein ter zee Takenouchi [Takenouchi Heitaro] (12). De Chitose, die volgens de journalist vergelijkbaar was met een van onze eigen pantserschepen, werd gecommandeerd door kapitein ter zee Yamay [Tanin Yamya ] (13). Dit laatste schip had actief aan de oorlog tegen Rusland deelgenomen en had onder meer het Russische oorlogsschip Novik zwaar beschadigd.

Eigenlijk is het gehele artikel behoorlijk chauvinistisch en verre van neutraal geschreven. Dat valt ook op wanneer de Japanse matrozen werden beschreven. Hun kleding was vergelijkbaar met die van de Nederlandse matrozen, afgezien van de mutslinten versierd met ankers. Hij vervolgt met ‘Al lijken ze ook kleiner en zwakker dan onze Zeeuwen, toch ziet men duidelijk, dat deze kleine, gele mannetjes kracht en taaiheid bezitten.’ Geen woord over dat deze Japanse matrozen een paar jaar eerder het onmogelijk geachte hadden gerealiseerd, namelijk een van de Europese grote mogendheden verslaan. Wel viel het hem op dat Japanse en Nederlandse matrozen al direct met elkaar contact zochten in een voor hem onbegrijpelijke mengelmoes van Engels, Japans en Nederlands. Dit staat bekend als een Pidgin taal, bijvoorbeeld Pidgin-Engels. Het komen en gaan van stoomsloepen van de Japanse schepen naar de wal en terug werd door een steeds groter worden publiek gadeslagen. Langs de gehele boulevard flaneerden belangstellenden die zich ook verzamelden bij het standbeeld van de De Ruyter. Vanuit Antwerpen kwamen zelfs drie boten afgevaren met aan boord belangstellenden.

Die middag verliet om 16.15 de Japanse vice admiraal Ijuin (14) zijn schip vergezeld door chef staf kapitein luitenant Isam[u] Takeshita (15), aide-de-camp Yamamoto (16) en kapitein Takenonchi [Takenouchi Heitaro] . Zij werden vergezeld door de Nederlandse luitenant ter zee 1e klasse K.F. Sluys die hun toegewezen was. De bedoeling was Römer een tegenbezoek te brengen die zich op dat moment in hotel Zeeland bevond. Ijuin was tijdens de oorlog met Rusland souschef van de marinestaf en was deels opgeleid in Engeland waardoor hij vloeiend Engels sprak. Blijkbaar was Vlissingen geen onbekend terrein voor hem want in het artikel staat dat hij vijf jaar eerder ook al Vlissingen met twee oorlogsschepen had aangedaan. Na het bezoek aan de Nederlandse schout-bij-nacht reisde de Admiraal door naar Den Haag vergezeld door de Japanse afgezant Sato. Dat bezoek aan Den Haag wordt ook vermeld in de editie van de 10e, alleen het blijft onduidelijk of dat nu plaatsvond op de 8e of op de 9e.

De editie van de Zaterdag 13e meldde dat de Tskuba in de morgen van de 12e vertrok naar Portsmouth, gevolgd door de Chitose in de avond, Het vertrek van de laatste was vertraagd doordat men een verloren anker moest opvissen.

Noten
1. Ondanks dat de politici zowel in Nederland als in Nederlands-Indië beseften dat de Koninklijke Marine niet over de middelen beschikte een invasie te verhinderen, werden niet de financiën beschikbaar aangesteld voor de aanbouw van grote, zwaar bewapende schepen.Toen het benodigde budget wel beschikbaar kwam, verhinderde het uitbreken van de Eerste respectievelijk Tweede Wereldoorlog de daadwerkelijke aanbouw van slagschepen en of- kruisers. Zie ook http://warshipsresearch.blogspot.nl/2011/11/russian-and-japanese-navies-and.html voor de Koninklijke Marine in de Oost in 1904-1905 en voor de aanbouw van slagschepen het artikel “Een Zeeuwse dreadnought 1912-1914?”, Den Spiegel, nr. 2014-1, p. 14-19
2. Gepantserde kruiser, later aangeduid als slagkruiser. Gebouwd op de Kure marinewerf in Japan tussen 1905-1907, op 14 januari 1917 in de lucht gevlogen met het verlies van 305 mensenlevens. Zij had een waterverplaatsing van 16.500 ton en de afmetingen van 137,11 x 22,80 x 7,95 meters. De bewapening bestond uit 4-30,5cm kanons, 12-15,2cm kanons, 12-12cm kanons, 4-3pd snelvuurkanons en 3-45cm torpedobuizen. Haar bemanning telde 879 koppen. Ter vergelijking, het nieuwste Nederlandse pantserschip was de Hertog Hendrik gebouwd in 1901-1904 met een waterverplaatsing van 5.002 ton en als afmetingen 96,62 x 15,18 meters, een bemanning van 340 koppen en een bewapening van 2-24cm, 4-15cm kanons, 8-7,5cm kanons en 3-45cm torpedobuizen. Een schril contrast. Overigens lag de Hertog Hendrik ten tijde van de Russisch-Japanse oorlog in Nederlands Oost-Indië ter bescherming van onze neutraliteit. De in Vlissingen gebouwde Noord-Brabant lag daar toen ook!
3. Ook de Chitose was een gepantserde kruiser zij het van geringere afmetingen. Zij werd gebouwd bij Union Iron Works, San Francisco tussen 1897-1898 en werd uiteindelijk door de Japanse marine afgezonken in 1931. Met een waterverplaatsing van 4.760 ton en de afmetingen van 115,3 x 15,1 x 5,41 meter was zij zoals een journalist opmerkte meer vergelijkbaar met het beste wat de Koninklijke Marine kon bieden. Haar bemanning telde 405 koppen. De bewapening bestond uit 2-20,3cm kanons, 10-12cm kanons, 12-12pd kanons, 5-4,7cm kanons en 3-360cm torpedo buizen.
4. Dezelfde maand veroorzaakten het bezoek van drie Japanse pantserschepen aan Batavia [Djakarta] grote opwinding onder de bevolking aldaar. De drie schepen kwamen daar kolen laden.
5. Sato Aimaro (3 april 1857-1 September 1939) Gezant bij het Nederlandse hof sinds 1906/1907 en in 1914 benoemd als ambassadeur te Wenen en later in Bern.
6. Baron Shimamura Hayao (21 September 1858-8 januari 1923), in actieve dienst tussen 1874 en 1921, die zijn loopbaan afsloot in de rang van marshal admiral. Hij was inderdaad onder meer commandant van de Japanse marine academie.
7. William James Cohen Stuart (4 maart 1857-2 juni 1935), minister van marine tussen 17 augustus 1905-5 augustus 1907 en ook marineofficier met als eindrang kapitein ter zee als commandant van het pantserdekschip Hr.Ms. Friesland.
8. Willem Römer (20 januari 1851-14 oktober 1927), eindigde zijn loopbaan in de rang van vice-admiraal. Vlissingen was destijds dus duidelijk van ondergeschikt belang binnen het Nederlandse defensiebeleid.
9. Karel Frederik Sluijs (13 oktober 1871 Kanazawa, Japan-9 maart 1939 Den Haag), in actieve dienst tussen 1890 en 1927, die als chef van de marinestaf zijn loopbaan afsloot in de rang van vice admiraal.
10. De Hr.Ms. Bulgia vanaf 22 oktober 1894 gestationeerd te Vlissingen vertrok lag de maand daarvoor te Amsterdam om deel te nemen aan oefeningen op de Zuiderzee [nu IJsselmeer] tussen 3-4 juni. Na afloop hiervan zou zij buiten dienst worden gesteld en zou haar bemanning overgaan op de Hr.Ms. Bever die vanaf 20 juni te Vlissingen gestationeerd zou worden. Blijkbaar was de Bever afwezig want op 20 juli meldde de krant dat zij terugkeerde van Hellevoetsluis.
11. Cornelis Fock (30 augustus 1871), in actieve dienst tussen 1889 en 1927, die zijn loopbaan afsloot in de rang van vice-admiral,
12. Takenouchi Heitaro (6 februari 1863-21 december 1933), haar eerste commandant, in actieve dienst tussen 1877 en 1910, die zijn loopbaan afsloot in de rang van admiraal
13. Tanin Yamya (18 april 1866-10 september 1940), in actieve dienst tussen 1886 en 1922, die zijn loopbaan afsloot in de rang van admiraal. Naast actief officier met oorlogservaring ook een marinetheoreticus.
14. Baron Ijuin Goro (29 september 1852-13 januari 1921), in actieve dienst tussen 1871 en 1917, die zijn loopbaan afsloot in de rang van marshal admiral. In een andere editie wordt geschreven dat voor zover bekend niet eerder Japanse oorlogsschepen Vlissingen bezochten. In 1902 hebben Japanse marineofficieren wel België bezocht.
15. Isamu Takeshita (4 december 1869-1 juli 1949), in actieve dienst tussen 1889 en 1929, die zijn loopbaan afsloot in de rang van marshal admiral.
16. Het is verleidelijk om deze Yamamoto te identificeren met Isoroku Yamamoto, geboren als Isoroku Takano (4 april 1884-18 april 1943). Alleen hij accepteerde de adoptienaam Yamamoto pas officieel in 1916. In actieve dienst tussen 1901 en 1943, die zijn loopbaan afsloot in de rang van marshal admiral en opperbevelhebber van de Japanse zeestrijdkrachten tijdens de Tweede Wereldoorlog en verantwoordelijk voor de aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941.