Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label tekeningen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tekeningen. Alle posts tonen

woensdag 7 mei 2014

Een Poolse adelaar ‘still on patrol’ De onderzeeboot Orzel is gebouwd bij de Kon.Mij. De Schelde in 1936-1939

De Kon.Mij. De Schelde had wat met onderzeeboten. Hier, in Vlissingen, werd de eerste Nederlandse onderzeeboot gebouwd: de Luctor et Emergo of O1. In de daaropvolgende jaren bouwde men nog meer onderzeeboten waarvan sommige in de loop der tijd een rol in de wereldgeschiedenis speelden. De O21 werd de meest succesvolle onderzeeboot tijdens de Tweede Wereldoorlog. De O13 en de Orzel echter verdwenen tijdens deze zelfde oorlog. Hun wrakken zijn nooit teruggevonden. In marinetermen heet dat ‘still on patrol’. 

In Polen is nog steeds veel belangstelling voor de Orzel en haar levensloop. Een Poolse filmploeg van Baltmedia komt in de tweede week van mei naar Vlissingen om (beeld-) materiaal te verzamelen voor een film en documentaire(s). Zij zijn te gast bij Damen Schelde Naval Shipbuilding, de opvolger van de Kon.Mij. De Schelde. Maar, ze komen ook bij ons op bezoek. Het gemeentearchief Vlissingen beheert de archieven van de De Schelde waaronder foto’s, tekeningen en allerlei documenten rondom de bouw van de Orzel. De afgelopen weken is al het aanwezige fotomateriaal bijeengezocht, gedigitaliseerd en beschreven. Documenten en tekeningen liggen ook klaar. Zo zijn er brieven bewaard gebleven over de proeven genomen met het afschieten van de torpedo’s. 

Tekening gemaakt bij Aleksandr Mariy van Maanen

Het contract tussen de Poolse regering en de werf werd op 29 januari 1936 ondertekend. De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij kreeg tegelijkertijd opdracht haar zusterschip Sep te bouwen. Het benodigde staal kwam op 29 mei binnen. Op 14 augustus werd met de feitelijke bouw van bouwnummer 205 gestart. Tussen de Zuidhelling en de Peperdijk, ter hoogte van de Scheepsloods II werd een betonnen vloer gestort, waar ook de kiel werd gelegd. In een later stadium werd de romp zijwaarts en vervolgens voorwaarts verplaatst. Er werd hard aan haar gewerkt. Op 30 maart 1937 staat zij al in de spanten en goed zes weken later is de beplating aangebracht. Gedurende de gehele bouw werden continue foto’s gemaakt waardoor de bouw ‘in beeld’ is te volgen. 

Bron: Gemeentearchief Vlissingen. Voorlopig inventarisnummer 521.A.5. Op stapel staande

Natuurlijk moesten ook haar belangrijkste wapens getest worden. De torpedobuizen waren hier in de Machinefabriek gemaakt en ingebouwd. Alleen het zogenaamde inschieten gebeurde niet in de Dokhaven of op de Vlissingse rede. Voor dat doel werd uitgeweken naar Den Helder.

Bron: Gemeentearchief Vlissingen. Voorlopig inventarisnummer 513.366.6. 
Torpedolanceeerbuizen worden vervaardigd

Bron: Middelburgsche Courant d.d. 12 january 1938

Op 15 januari 1938 werd de Orzel door mevrouw Sosnkowski, echtgenote van de voorzitter van het Fonds voor Maritieme Verdediging, gedoopt waarna zij te water werd gelaten. Althans dat was de bedoeling. In plaats van soepel het ‘natte element’ in te glijden, bleef zij op het droge. Misschien was haar naam daar debet aan. Adelaars vliegen immers! De bel klonk, de champagnefles tegen haar romp stukgeslagen, het Poolse en het Nederlandse volkslied gespeeld door de marinekapel, alleen geen bewegende Orzel. Met man en macht probeerde men haar over te halen te gaan bewegen. Een stoomlocomotief werd ingezet, echter niets gebeurde. De werfsleepboot En Avant moest uitkomst bieden, maar ook in eerste instantie zonder succes. Om 14.45 kwam er beweging in en een half uur later dreef zij eindelijk in het water. 


Bron: Op www.europeana.eu is een Polygoonopname beschikbaar van de tewaterlating. 
Weeknummer380-HRE00018B43

Op 2 februari 1939 volgde, na een mis opgedragen door de aalmoezenier Hoffmann, de feitelijke overdracht en indienststelling in de Poolse marine. Hoffmann was aalmoezenier voor de Poolse mijnwerkers in Limburg. Eerder had hij, geassisteerd door de Vlissingse pastoor J.B.M. Trimp, haar bij de tewaterlating gezegend. Acht dagen later arriveerde zij te Gdynia gadegeslagen door  een talrijk publiek. Het was echt een schip van het volk. De bouw was immers gefinancierd uit geld ingezameld onder de Poolse bevolking. 

Bron: Gemeentearchief Vlissingen. Toegang voorlopig inventarisnummer 513.366.6
De overdracht door de werf aan de Poolse marine

Polen werd datzelfde jaar meegesleept in de Tweede Wereldoorlog. Op 1 september viel Duitsland het land binnen. De Orzel was belast met de kustverdediging. Haar commandant gaf op 13 september aan van zijn post ontheven te willen worden. Hij wilde naar de Estse hoofdstad Tallinn toe en wat ook gebeurde. Op de 16de werd door de Estse regering beslag op haar gelegd en werd zij ontwapend. Haar bemanning liet het er echter niet bij zitten en in de vroege ochtend van de 18e ging men er met de Orzel vandoor richting Engeland. Hier werd zij opnieuw bewapend en uitgerust en uitgezonden voor patrouilles. De zevende patrouille werd haar fataal. Op 23 mei 1940 vertrok men richting Noordzee. Op 1 en 2 juni werd radiografisch opdracht gegeven naar het Skagerrak te gaan, gevolgd door op de opdracht op 5 juni gegeven terug te komen. Zij kwam niet terug en op de 8e accepteerde men dat zij verloren was gegaan. De meest waarschijnlijke oorzaak is dat men óf in een nieuw Engels óf in een nabij gelegen nieuw Duits mijnenveld terecht is gekomen en een mijn hebben geraakt. 

Dit filmpje getiteld ORP Orzel (1939) is terug te vinden op youtube met de url http://www.youtube.com/watch?v=t1loiSHffvk  en is gemaakt door Sebasian Sosnowski



dinsdag 29 april 2014

Hoe een archief haar documenten voor de ‘eeuwigheid’ bewaart

Bezoekers staan er niet bij stil wat er achter de schermen van een archief gebeurt. Je kan thuis al het nodige vooronderzoek verrichten via de computer of je doet dat ter plaatse op de studiezaal. Maar in beide gevallen is er al heel wat werk verricht door de mensen op het archief. Archieven zijn toegankelijk gemaakt via inventarissen of bijvoorbeeld indexen op persoonsnamen. Veelal is dit alles ook op het internet beschikbaar via de eigen website van het archief of via www.archieven.nl Maar met het beschrijven van archiefstukken houdt het niet op. Net zoals je de kozijnen van een huis verft om het hout tegen de weersomstandigheden te beschermen, doen ook wij aan materiële verzorging. Je wilt thuis geen rottend hout en wij willen geen gescheurde of beschimmelde archiefstukken in ons depot hebben!

Een van de belangrijkste voorwaarden is het hebben van een archiefbewaarplaats met klimaatvoorziening. Het mag niet te droog maar ook niet te vochtig, niet te warm en niet te koud zijn. Speciale software stuurt constant het klimaat bij. Daar hoeven wij niet veel aan te doen. Maar daar blijft het niet bij.

Archiefstukken worden ook ontdaan van de zogenaamde hecht- en bindmiddelen als nietjes, paperclips en elastiekjes. De eerste twee hebben de neiging om te roesten en de laatste drogen uit én erger nog de restanten blijven aan het papier plakken. Plakband heeft ook van die nare eigenschappen. De naam verraadt het al: het plakt. Ook plakband heeft na verloop van tijd de neiging om of uit te drogen óf en dat is vele keren erger als het ware op te lossen in een vieze substantie. In het eerste geval blijven bruingekleurde plekken achter, in het tweede geval een substantie die veel beter plakt dan het originele plakband! Een ramp omdat dit nauwelijks te verwijderen is, behalve dan met aceton (even voorkomen dat je ‘high’ wordt) of soms met een warme föhn.

De archiefstukken kunnen ook gewoon vies zijn. Met speciale sponzen wordt het papier schoon ‘geboend’ (=droog reinigen) en het vuil weggeveegd met zachte borstels of met speciale stofzuigertjes.
Het meest vervelende is schimmel, die ook gezondheid ernstig kan aantasten. Gammastraling of vergassen moet dan voorkomen dat de schimmel actief blijft of wordt.

Een deel van de materiële verzorging doen wij zelf. Wij gebruiken zuurvrije en weekmakersvrije verpakkingsmaterialen als mappen, dozen en omslagen. Voor kaarten, tekeningen en prenten gebruiken we vaak Melinex. In plaats van een ballpoint wordt met potlood geschreven om vlekken door lekkende inkt te voorkomen. Kleine scheurtjes e.d. worden in eigen beheer gerepareerd. Als het niet anders kan, wordt het werk uitbesteed aan een restauratie-atelier. Hier worden de grote (re) scheuren gerepareerd, ontbrekende delen/gaten aangevezeld of versterkt bijvoorbeeld met Japans papier.
Dus wanneer je de volgende keer op de studiezaal komt en je krijgt een brief verpakt in blauwgekleurd papier of een charter (brief op perkament) in een soort doorzichtig plastic (Melinex) dan weet je nu waarom.

donderdag 10 april 2014

Stenen documenten: het graf van ingenieur Martin

Graf van ingenieur Martin en zijn gezin op de gemeentewerf aan de Vredehoflaan
Fotocollectie gemeentearchief Vlissingen FA 48211. Foto R.H.C. van Maanen

Zo ben je bezig met een educatief project, zo sta je op een begraafplaats. Grafstenen en –monumenten zijn in feite ook een soort van documenten zij het van steen. Maar hoe en waarom kwam ik daar nu terecht?

Volgend jaar bestaat de Vlissingen 700 jaar als stad. Een van de ideeën die geopperd werden, was het maken van een educatieve website voor het onderwijs. Voorwaarden waren onder meer dat de website voor meerdere jaren in de lucht moest blijven, ondersteunend van aard en geschikt voor groepen vanaf 3-4 tot en met 7-8. Ondersteunend wil zeggen dat een leraar gebruik kan maken van wat de website biedt bij de behandeling van een thema in de klas, maar dat dat niet verplicht is. Naast het aanbieden van korte teksten, beeld- en geluidsmateriaal etc. wordt ook verwezen naar bronnen wanneer een verdere verdieping gewenst is. Dat kan bijvoorbeeld het gemeentearchief zijn voor meer foto’s en/of documenten, maar ook een stadswandeling of gastlessen. Vanzelfsprekend is ook dat een tekst die de kinderen in groep 7-8 behandelen en begrijpen heel anders is dan wanneer het onderwerp in groep 3-4 aan de orde zou komen.

Samen met de Bibliotheek Vlissingen zijn wij nu aan het aftasten wat er nodig is en wie het gaat doen. Zo zal de bibliotheek onder meer een (globale) inventarisatie maken van de diverse leermethoden en de thema’s die in de klas worden behandeld met bijbehorende tijdsbalk. Bovendien gaan ze straks de website maken en nog veel belangrijker onderhouden. Het gemeentearchief als historisch kenniscentrum zal teksten en beeldmateriaal aanleveren al dan niet als half- of als eindproduct. Gaandeweg zullen meer culturele instellingen worden ingeschakeld om daar waar nodig en/of gewenst hun steentje bij te dragen. Dan kan voor één maar ook voor meerdere thema’s zijn.


Detailopname graf van ingenieur Martin en zijn gezin op de gemeentewerf aan de Vredehoflaan
Fotocollectie gemeentearchief Vlissingen FA 48214. Foto R.H.C. van Maanen

Als proef is gekozen voor het thema industriële revolutie en dan met name de gevolgen voor Vlissingen. De reden voor dit onderwerp is het archief van de Kon. Mij. De Schelde, beheerd door het gemeentearchief Vlissingen en dat bij uitstek industrialisatie in Vlissingen ‘verbeeldt’. Bovendien zijn in Vlissingen nog ‘tastbare’ herinneringen als het gebouw van de machinefabriek. Op het moment dat deze werf annex machinefabriek-ketelmakerij werd opgericht in 1875, is geen sprake van grootschalige industrie c.q. nijverheid in de stad. Ja, er is een chocoladefabriek, een sigarenfabriek en een zeepziederij maar daar houdt het wel een beetje mee op. De marinewerf die aan honderden arbeiders werk bood, is dan al enkele jaren buiten bedrijf. De uitbreiding en verbetering van het spoornetwerk en de havenwerken hebben ook (nog) niet het gewenste resultaat opgeleverd. En dan in 1875 wordt De Schelde opgericht en groeit uit tot de grootste werkgever in Vlissingen en omgeving met soms duizenden werknemers. Twee personen staan altijd op de voorgrond als het gaat om de beginfase te weten, Arie Smit en Bruno Tideman. Voor het educatieve verhaal wordt echter iemand anders naar voren gehaald, namelijk de uit Schotland afkomstige ingenieur Martin. Gedurende zijn werkzaam leven is hij de grote man achter het constant verbeteren van de schepen, ketels, machines en andere producten gemaakt door De Schelde. Hij ontwerpt ook de nieuwe machinefabriek nadat het eerste gebouw al kort na de bouw afbrandde.

Martin wordt de hoofdrolspeler in de eerste tekst over industrialisatie en met zijn ogen gaan we kijken naar wat er in Vlissingen gebeurde. Zo is er onder meer een korte levensbeschrijving, foto’s van hemzelf en bestaat het graf nog waar hij begraven ligt. Het is een herinnering aan hem in steen gevat, dus een soort tijdsdocument. Vandaar ook dat bezoek vandaag aan de begraafplaats.

vrijdag 28 februari 2014

Nieuwe aanwinst: een fotoalbum van de berging van de mijnenlegger Hr.Ms. Hydra in 1921

Afgelopen week kreeg het gemeentearchief Vlissingen van de Vlissingse maritiem illustrator Hein Naerebout een schitterend fotoalbum voor de fotocollectie. Het ‘gedenkalbum’ was aangeboden door de Nieuwe Berging Maatschappij (fa. Dirkzwager) te Maassluis aan de heren A. Prins Thzn.te Sliedrecht. De foto’s betreffen de berging van de mijnenlegger Hr.Ms. Hydra van de Koninklijke Marine en haar overbrenging naar de Marinewerf te Hellevoetsluis. Daar werd het wrak opgenomen in het Jan Blankendok. Waarom de Hydra niet werd gerepareerd bij de Kon.Mij. De Schelde is niet vermeld.

Het wrak van de Hydra hangende tussen de pontons
De Hydra was geen onbekende voor Vlissingen en omstreken. Vlissingen was immers haar standplaats In februari 1920 werd zij echter met spoed naar de Marinewerf te Hellevoetsluis gezonden om daar uitgerust te worden voor een nieuwe taak. In de havens van Amsterdam en Rotterdam dreigde een staking onder zee havenarbeiders en zeelieden. De arbeiders op de Marinewerf werden van hun vrije zaterdagmiddag teruggeroepen en moesten s’ avonds en zelfs op de zondag doorwerken. Vanuit Hellevoetsluis moest de Hydra zo nodig doorvaren naar Rotterdam. Op het moment dat de staking uitbrak, moest zij een ligplaats kiezen op de Maas voor de stad Rotterdam en indien noodzakelijk helpen met neerslaan van rellen! In maart keerde men terug zonder in actie te zijn gekomen.

De Hydra was ook niet onbekend met aanvaringen. Op 29 september 1919 botste men in Rotterdam op het Amerikaanse stoomschip Lake Ellenorah. Het gevolg was een schadevergoeding van ƒ 500.000 uit te betalen door de Nederlandse staat aan de Amerikaanse eigenaar. In de nacht van 10 februari 1921 vond opnieuw een aanvaring plaats, nu met de Nederlandse torpedoboot Z3. De Hydra zonk hierbij. Haar berging is uitvoerig gefotografeerd en daar danken wij nu een magnifiek fotoalbum aan. In de bewuste nacht nam zij deel aan oefeningen in de Wielingen. Haar commandant was luitenant ter zee 1e klasse Van Ramshorst en die van de Z3 luitenant ter zee 1e klasse Staverman. 
De Z3 met goed zichtbaar de schade aan de boeg
Ter hoogte van de zwarte lichtboei no. 8 ramde de Z3 de Hydra. Ondanks dat de boeg van de Z3 verfrommeld werd en nagenoeg haaks op de romp kwam te staan, bleef zij drijven. Op eigen kracht zocht zij haar heil in de Vlissingse binnenhaven. Aan boord was de volledige bemanning van de Hydra, welk schip nu op de zeebodem lag. Haar bemanning kende geen gewonden, in tegenstelling tot die van de Z3. Vanuit Vlissingen waren direct de Brinio en een mijnenveger afgezonden toen het bericht van de aanvaring was binnengekomen. De waterdichte schotten aan boord van de Hydra hadden in eerste instantie voorkomen dat zij zonk. Maar het water drong het schip binnen door de openstaande patrijspoorten. Tijdens het opstomen om het schip in veiligheid te brengen, bezweken uiteindelijk ook de waterdichte schotten en zonk zij in 16,50 meter diep water. De marine gaf de Nieuwe Berging Maatschappij te Maasluis opdracht haar te bergen. Omdat de Hydra en de Z3 voorlopig buiten dienst waren, werden de Triton en de Z7 klaar gemaakt om in dienst te worden gesteld.



Bron: Vlissingse Krant 17 februari 1921. De volgende dag maakten de commandanten van zowel de Hydra als het wachtschip te Vlissingen bekend dat de bewuste advertentie niet van hun afkomstig was en dat zij zich hiervan distantieerden.

De aanvaring trok ook de nodige aandacht in de Tweede Kamer. De minister moest opheldering geven of het gebied rondom Vlissingen wel geschikt was voor torpedo-aanvaloefeningen door torpedoboten van het Z3 type én waarom ten tijde van de aanvaring het telegraafkantoor te Vlissingen onbemand was. Het gevolg was dat om de marine te Vlissingen te waarschuwen, een telegram uit Nieuwediep nodig was! En passant kwam ook de eerdere aanvaring met het Amerikaanse schip ter sprake. Inmiddels was de berging ter hand genomen. Eerst werden losse en/of in de weg zittende onderdelen als masten verwijderd. De bedoeling was om kettingen onder het schip door te trekken en het dan omhoog te hijsen. Eind april stond het schip stond. Het slechte weer voorkwam echter de voortgang van de werkzaamheden. De bedoeling was na de lichting haar bij Rammekens aan de grond te zetten en noodreparaties uit te voeren alvorens het naar Hellevoetsluis te brengen.

De Hydra van achteren gezien tussen de pontons waarbij links nog duidelijk het takelgereedschap zichtbaar is
Op maandag 2 mei meldde de Vlissingsche Courant dat de lichting gelukt was. Bij Fort Rammekens waren de gaten provisorisch gedicht, zaterdag kwamen de bergingsvaartuigen (waaronder pontons van Prins) met het wrak daartussen hangend op de Vlissingse rede aan en zondag kon men vanaf de boulevard het geheel bewonderen. Van de berging is ook een film gemaakt want de krant meldde dat die tijdens de Pinksterdagen in het Alhambra-theater werd vertoond. Het wrak heeft eerst nog in de Binnenhaven te Vlissingen gelegen en is toen naar Hellevoetsluis gebracht. Daar verwonderde men zich over de omvang van het gat. De marine vroeg zich af of het schip niet te snel verlaten was, aangezien het lek (eerder was sprake van gaten) gemakkelijk met twee dekens gedicht had kunnen worden. De bergingskosten bedroegen uiteindelijk ƒ 150.000. Ook hier was in de Tweede Kamer commentaar op aangezien de marine veel lagere offertes (ƒ 50.000 respectievelijk ƒ 65.000) van deskundige bergingsbedrijven had geweigerd.

De Hydra werd na te zijn gerepareerd weer in dienst gesteld. Op 15 mei 1940 werd het schip op de Zijpe vanaf de wal bij Sint Philipsland beschoten door Duits panterafweergeschut. De schade was dermate groot dat de bemanning besloot haar aan de grond te zetten. Tijdens de oorlog werd zij vlot getrokken en gesloopt te Hendrik Ido Ambacht.

Op stapel gezet op de marinewerf te Amsterdam op 1 oktober 1910, te water gelaten op 7 juli 1911 en in dienst gesteld op 25 januari 1912. Met een waterverplaatsing van 593 ton en als afmetingen 49,7 x 9,0 x 2,8 meters. Haar bemanning telde 59 man. De bewapening bestond uit 3-7,5cm kanons, 2-12,7mm mitrailleurs en bovendien kon zij zeventig zeemijnen meenemen.


maandag 10 februari 2014

Educatie en het gebruik van schoolplaten


 Foto Kees de Grave

Morgenochtend dinsdag 11 februari komt groep 8a van de basisschool CBS De Wissel langs op het gemeentearchief. Ze zijn bezig met het geschiedenisproject 50 jaar voor Christus-2014 verdeeld in tien tijdvakken. Voor elk tijdvak moeten de leerlingen ook nagaan wat er toen in Vlissingen gebeurde. De afgelopen weken zijn dan ook met enige regelmaat kinderen langs geweest of hebben ze opgebeld/gemaild. Dat is een goede zaak want wij presenteren ons tenslotte ook als het kenniscentrum van Vlissingen als het gaat om de plaatselijke geschiedenis. Toch lopen we dan ook tegen beperkingen aan. Er zijn bijvoorbeeld geen archiefstukken bewaard gebleven over de Romeinen in Vlissingen. En ‘dankzij’ de Engelsen en Napoleon is er helaas ook veel minder archief bewaard gebleven sinds het ontstaan van Vlissingen meer dan 700 jaar geleden. Hoe dat laatste zit? Wel, Napoleon had grootse plannen en wilde ook Engeland toevoegen aan zijn imperium. Er werd een grote vloot van (transport) schepen uitgerust voor een invasie. Vlissingen speelde hierbij een belangrijke rol en de al bestaande marinefaciliteiten waren verder uitgebreid. Antwerpen moest een van de scheepsbouwcentra van de Franse marine worden. De dreigende invasie baarde de Engelsen zorgen en op hun beurt vielen ze Walcheren binnen op weg naar Antwerpen. Bij hun terugtocht brachten zij grote schade toe aan bijvoorbeeld de Dokhaven in Vlissingen. Al snel kwamen de Fransen terug en werd met het herstel van de oorlogsschade begonnen. Helaas was de grootste (cultuur-historische) schade voor Vlissingen onomkeerbaar. De Engelsen hadden namelijk tijdens het bombardement waarmee zij hun invasie begonnen het Vlissingse stadhuis in brand geschoten. Nu was dat een schitterend gebouw en dus een groot verlies. Alleen op zolder lag het stadsarchief en papier en perkament hebben de vervelende gewoonte goed te branden. Weg stadsarchief dus! Althans het overgrote deel.

In onze atlas (HTA-ID850) hebben we deze mooie prent van het brandende stadhuis 
op 14-8-1809

Het MuZeeum in Vlissingen bezit nog een van de Engelse Congreve-raketten gebruikt tijdens de beschieting.

Nu heeft het gemeentearchief ook geen white-board in huis maar straks wel wijsgierige kinderen. Dus hoe dit op te lossen? Gelukkig zijn wij in het bezit van een grote collectie originele schoolplaten, de white-boards van het verleden. Hieruit worden voor elk tijdvak een of meerdere schoolplaten gelicht. Vervolgens worden er een of meerdere archiefstukken en prenten bijgezocht met de bijbehorende verhalen. Vanwege én de beschikbare ruimte én om voldoende interactie te krijgen, is in overleg met de leraar de groep in tweeën gesplitst. Eén groep start in het gemeentearchief, de tweede groep start met een rondleiding rond de Dokhaven. Vervolgens wisselen na een uur beide groepen. Voor de rondleiding is een plattegrond gemaakt met bijbehorende teksten met aandacht voor de maritieme en industriële revolutiegeschiedenis van Vlissingen. Nu maar hopen op mooi weer morgen!

Foto Kees de Grave

vrijdag 31 januari 2014

Een onbekende tekening uit 1876 baart opzien Niet de Zeeuw maar een ponton is het eerste schip gebouwd door De Schelde

Op een doorsnee ochtend kreeg ik een onooglijk stuk papier van A3 formaat bezaaid met roestbruine vlekjes in mijn handen. In vaktermen noemen we dat ‘weer’ maar het heeft wel wat weg van pokken. Weer en pokken hebben ook iets gemeen(s), beide laten littekens achter, de een op papier, de ander op huid. Het is een tekening op calque papier in een snelle schatting daterend uit de laatste kwart van de 19e eeuw. Mooi en strak getekend op schaal 1:50, maar niets opzienbarends. Volgens het opschrift is het een ijzeren werf- en ketelpont. De stempel is slecht leesbaar en gedateerd 22 februari 1876 of 1878. Het laatste cijfer is niet goed leesbaar. Ook ‘spreekt’ de stempel over de Koninklijke Maatschappij, maar dat predicaat kreeg De Schelde al in 1875. In eerste instantie denk ik dat het gaat om de ijzeren kiellichter in 1877 gebouwd voor de Koninklijke Marine. Qua uiterlijk komen beide vaartuigen met elkaar overeen. Later maar eens opnieuw bekijken. Ik leg de tekening op de tafel achter mij, eerst verder gaan met de grote stapel tekeningen die nog op mijn bureau ligt.

Met dank aan Rien Scheele, Damen Schelde Naval Shipbuilding voor het maken van een scan


Toch knaagt er iets in mijn achterhoofd. Nogmaals de tekening en met name het stempel bekeken met mijn collega’s. Eindigt de datum nu op een ‘6’ of een ‘8’. Om aan de onzekerheid een eind te maken, besluit ik het directiearchief te raadplegen. In de kluis staande realiseer ik mij dat ik vergeten ben de inventarisnummers voor de notulen van de directie te noteren. Wel heb ik een paar opties genoteerd voor de financiële en orderadministratie. Bij het eerste boek (nr. 1216) wat ik opensla is het raak. Ik zie De Zeeuw staan en blader even door naar de kiellichter voor de marine. Inderdaad gebouwd in 1877 maar in 1878 geen ketelpont. Teruggebladerd naar de eerste bladzijde staat bovenaan dat voor De Schelde in 1876 een ‘IJzeren werkvaartuig tot het vervoeren van zware lasten circa 60 Ton’ werd gebouwd. In de linkerkolom staat Schip no. 1, alleen is later de ‘1’ doorgehaald en vervangen door een ‘0’. Maar de visbunsloep De Zeeuw was toch het eerste schip dat gebouwd werd? Dat vermelden alle boeken en websites immers. En ja, ook de Zeeuw staat in het boek, alleen er onder  In de eerste kolom staat voor haar 14 April Schip nr. 2, alleen is later de ‘2’ doorgehaald en vervangen door een ‘1”.

Met andere woorden: Ja, de Zeeuw was het eerste schip gebouwd voor een externe afnemer, nee het was niet het eerste vaartuig gebouwd door de De Schelde. Dat was namelijk dit onooglijke werkvaartuig. Dus de geschiedenisboeken moeten worden aangepast. Bovendien is dit nu de oudste scheepsbouwtekening in het Schelde-archief.


Een hedendaagse ponton op de Schelde beladen met last onderweg naar Vlissingen-Oost 15 september 2013
Foto Karin van Maanen

Nauwelijks opgestart had de werf natuurlijk behoefte aan gereedschappen, transportmiddelen etc. Met de aspiraties om ook ketels en machines te bouwen was zwaar transportmateriaal nodig. Voor dit doeleinde werd ‘ons’ werkvaartuig gebouwd. Het was een nagenoeg vierkant geheel met als afmetingen 12 bij 10 meter en een holte van 1 meter. De bouwkosten bedroegen totaal ƒ 5.846,88, de feitelijke kostprijs ƒ 5.499,04. Aan arbeidslonen was men ƒ 1.257,90, voor smidswerk ƒ 323,21 en voor materialen ƒ 3.917,93 kwijt.

vrijdag 3 januari 2014

Een Deens militair vliegtuig in de fotocollectie De Schelde: de Auto-giro Cierva C. 30 M-2 uit de jaren dertig van de 20e eeuw

Dat de Kon.Mij. De Schelde ook in de vliegtuigindustrie actief is geweest is bekend. Een bekend voorbeeld van een door haar gebouwde vliegtuig is bijvoorbeeld de Scheldemusch. Er zijn ook verscheidene foto’s hiervan bewaard gebleven. Bij toeval stuitte ik ook op een tweetal foto’s van een Deens vliegtuig. Deze bevonden zich niet in de reguliere serie glas- en celluloid  negatieven, maar staan op een negatiefrolletje aangetroffen in een kartonnen doosje getiteld F.5 Sportvliegtuig Scheldemusch en Donniër vleugels. In eerste instantie dacht ik dat het ging om een rolletje met reproducties van glasplaatnegatieven. Dit is echter niet het geval, het zijn originele opnamen en die bovendien nergens beschreven staan in de inventarislijsten. De twee bewuste foto’s hebben als voorlopig kenmerk A16 en A17 meegekregen en gaan deel uitmaken van toegang 521-Negatieven Serie F Koninklijke Maatschappij De Schelde.



Op beide foto’s staat het bewuste vliegtuig met als kenteken M-2op een onbekend (vlieg)veld. Met enig zoeken heb ik achterhaald dat de M-2 eigendom was van Denemarken. Omdat dit soort vliegtuigen onder meer gebruikt werd op vliegtuigmoederschepen (bijvoorbeeld door Spanje) ging ik er vanuit dat het tot de Deense marine behoorde. Het Danmarks Flyvehistoriske Museum verstrekte echter andere informatie. Knud Rasmussen schreef mij dat in 1936 twee Autogyro Cierva C. 30 (de M1 en 2) waren geleverd vanuit Engeland aan Denemarken. Echter niet aan de Deense marine maar aan de Haerens Flyvertropper die vanaf land opereerden. Beide vliegtuigen waren aangekocht ter vervanging van de in de jaren dertig verouderde ballons uit het zogenaamde ‘Ballonparken’. Nadat Denemarken werd bezet door de Duitse troepen werden beide vliegtuigen aan Zweden verkocht. Maar nog steeds is er geen relatie met De Schelde en/of Nederland.

De krantenbankzeeland.nl lichtte een klein tipje van de sluier op. Op 18 maart 1931 schreef de Vlissingse courant dat binnen enkele maanden het vliegtuig gebouwd volgens het ontwerp van de Spanjaard La Cierva ook door particulieren gekocht kon worden. Het staat dan bekend als het ‘windmolen’-vliegtuig vernoemd naar de horizontaal draaiende wieken. In de praktijk werd dit ontwerp aangeduid als een auto-giro met de eigenschappen van een helikopter. In mei 1932 landde de auto-giro op Schiphol komende vanuit Engeland en bestuurd door de uitvinder zelf de Spaanse markies De la Cierva. Er werd zelfs een demonstratievlucht uitgevoerd. In de loop der tijd verbeterde De la Cierva zijn uitvinding. In maart 1935 maakte hij bekend dat zijn auto-giro nagenoeg hetzelfde presteerde als een helikopter. Het was mogelijk rechtop te stijgen tot een hoogte van 6-30 meters en dan de koers onder de gewenste klimhoek te vervolgen. Deze verbetering maakte de auto-giro dus ook uitstekend geschikt voor gebruik op zee. Zonder veel problemen kon men opstijgen en neerkomen op een vliegdek. Aanpassingen als kranen om haar weer aan boord te hijsen of katapulten voor de lancering waren niet nodig. Zij kon op eigen kracht vertrekken en ‘parkeren’. In de Verenigde Staten begon men in1936 in licentie een militaire uitvoering te bouwen. Datzelfde jaar kwam haar uitvinder om bij een vliegtuigongeluk met het KLM vliegtuig De Lijster! De Zierikzeesche nieuwsbode van 18 augustus 1937 kan weleens de oplossing geven voor de bewuste foto’s. Vanwege de weersomstandigheden was de luchtvaartpropaganda middag op het vliegveld te Haamstede uitgesteld en verschoven naar zaterdag 21 augustus. Dertien vliegtuigen zouden deelnemen aan de 4e Scheldevlucht. Beroepspiloten gingen voor de Zilveren Scheldebeker en amateurs voor de Zilveren Scheldemeeuw. Gestart werd om 14.30 te Vlissingen voor een traject van 110 kilometer met een tussenlanding te Haamstede die maximaal 40 minuten mocht duren. Onder de deelnemers was Slot met zijn Scheldemusch en als speciale attractie een autogiro. Op 3 augustus schreef de Vlissingse Courant dat aan de derde Scheldevlucht ook een auto-giro had deelgenomen namelijk de Nederlandse sportvlieger H.J. v.d. Velden met de G-ACXG. Vanuit Soesterberg was echter afgezegd door de luchtmacht. Kortom het is nog steeds niet duidelijk hoe het zit met de foto’s en waar ze zijn geschoten. We hebben er echter wel twee mooie plaatjes aan over gehouden!

dinsdag 15 oktober 2013

Kinderen ontwerpen reclamemateriaal voor scheepvaartmaatschappij

Op maandag 23 en dinsdag 24 september vond de Kunst-en cultuurroute basisonderwijs groep 7/8 plaats. Ook wij deden mee. In totaal passeerden bijna 80 meisjes en jongens de kluisdeur. Het programma viel in twee delen uiteen. Eerst was er een kleine rondleiding in de kluis waarbij verteld werd wat een archief is. Dat laatste was belangrijk omdat dat ook te maken had met het tweede deel van het programma. Op de studiezaal waren reclameposters opgehangen, er lagen enkele originele bouwtekeningen van een schip en het meubilair en een zogenaamd stalenboek. Dat laatste boek werd gebruikt voor de inrichting en stoffering van een koopvaardijschip en bevat stalen van de gebruikte gordijnstoffen, stoelbekleding, vloerbedekking, hout- en andere materiaalsoorten voor het meubilair. De opdracht was simpel. Uitgangspunt was dat er een nieuwe veerlijn op Engeland werd geopend en dat er nog geen logo, reclameposters etc. beschikbaar waren. Met andere woorden, (kleur-)potloden, gummetjes, puntenslijpers en blanco papier lagen klaar op de tafels. Er was slechts een grove schets gemaakt hoe bijvoorbeeld dat logo eruit kon zien. Met slechts een summiere toelichting werd het aan de fantasie/verbeeldingskracht van de kids overgelaten om het gewenste op papier te zetten. Het resultaat mag er naar zijn, sommige tekeningen konden zo door naar een reclameadviesbureau voor de finishing touch! Volgens ons hadden de kids veel plezier in deze opdracht, sommigen wilden zelfs niet weg. Het is op het moment niet mogelijk alle tekeningen te laten zien, maar de onderstaande voorbeelden willen wij niemand onthouden. 

Noor


Iraisha
Sữmely
 
Zahra

vrijdag 20 september 2013

Scholieren en het archief op zee tijdens de Kunst- en cultuurroute 2013

Komende maandag en dinsdag vindt weer de Kunst- en cultuurroute weer plaats. Doelgroep is groep 7/8 van het basisonderwijs. Ook wij zijn dit jaar van de partij. Het is altijd wikken wikken en wegen wat je als archiefdienst doet op zo’n dag. Het moet én leerzaam zijn én toch een hoog entertainmentgehalte hebben én laten zien wat een archiefdienst is en doet. In de afgelopen maanden is veel werk gestoken in het archief van de Kon.Mij. De Schelde. Zo zijn afgelopen week de laatste scheepsbouwtekeningen overgebracht van het hoofdkantoor naar het gemeentearchief. De komende jaren moet nog veel tijd worden gestoken in het beschrijven van deze tekeningen. Maar wat heeft dit nu te maken met het aanstaande bezoek van de scholieren? Wel, tijdens de voorinventarisatie kwamen ook tekeningen van stoelen, banken en bedden tevoorschijn die bestemd voor de schepen. Het idee was snel geboren. Als we nu eens het nuttige en het aangename verenigen. De kinderen krijgen eerst een rondleiding in de kluis waarbij van alles wordt verteld over wat een gemeentearchief is en doet. Voor de uitleg van het verhaal gebruiken wij tekeningen, foto’s en boeken uit het Scheldearchief. De volgende stap is een opdracht op de studiezaal. Niet het opzoeken van foto’s op de computer of artikelen in de krant. Neen, ze moeten hun creativiteit gaan gebruiken. In de archiefbewaarplaats hebben ze een indruk gekregen van water allemaal komt kijken bij het ontwerpen en bouwen van een schip. De opdracht is simpel. Een imaginaire scheepvaartmaatschappij genaamd De Vlissingse Fles wil op 1 juni 2014 starten met een veerbootlijn tussen Vlissingen en Engeland. Ze heeft echter nog niets, geen schip, geen reclamemateriaal etc. De kids worden gevraagd om te helpen. Ze mogen hierbij kiezen uit het zelf ontwerpen c.q. inrichten van een schip, het ontwerpen van meubilair, een logo of een reclameaffiche. Op de studiezaal ligt archiefmateriaal als een tekening van een koopvaardijschip, het stoffeerplan en voorbeelden van meubilair. Verder een origineel stalenboek van datzelfde schip met voorbeelden van de gebruikte vloerbedekking, houtsoorten en behang en een reclame affiche. Het is nu aan hen om met hun creativiteit te wedijveren met de professionals. De mooiste uitwerkingen worden geplaatst of op website en/of weblog. De potloden zijn inmiddels geslepen.

woensdag 18 september 2013

Het fotoarchief van de scheepswerf Kon.Mij. De Schelde 1875-1970

Het gemeentearchief Vlissingen beheert al sinds enkele jaren het directiearchief van de scheepswerf Kon. Mijn De Schelde 1875-1970 en het 'grote' foto- en negatievenarchief van dezelfde werf. Om een idee te krijgen van de omvang van dat fotografiearchief, we praten over meer dan 100.000 foto's en negatieven. Zo zijn er enkele tienduizenden glasnegatieven bewaard. Over de eerste 40 jaar echter zijn helaas niet zoveel foto's aanwezig. Om deze rijke bron optimaal te kunnen gebruiken, zal nog heel wat werk verzet worden. Zo moet bijvoorbeeld de eerste serie glasnegatieven daterende van voor de Tweede Wereldoorlog gereinigd en gescand worden. Dat reinigen moet én secuur én heel voorzichtig gebeuren. Niet alleen omdat glas breekbaar is en vanwege het gevaar voor krassen. Het negatief dat gehecht wordt aan het glasnegatief is ook kwetsbaar, gemakkelijk te beschadigen en gevoelig voor vocht en temperatuurwisselingen. Op het archief hebben we enkele voorbeelden wat vocht en temperatuur kunnen aanrichten. Het lijkt wel alsof een slang zijn oude huid verliest. Het negatief komt los van de glasplaat, te beginnen vanaf de randen, het krult om en scheurt. Een niet omkeerbaar proces. Het verschil met de slang is echter dat deze blijft leven, het glasnegatief is ten dode opgeschreven. Na het reinigen kunnen de negatieven gescand worden bij daarin gespecialiseerde bedrijven. De volgende stap is aanpassing van de bestaande beschrijvingen: wat en wie staan erop, wat gebeurt, welk jaar etc. En dan - eindelijk -kunnen de resultaten digitaal aan het publiek worden gepresenteerd. Het gaat stap voor stap, en nooit snel genoeg niet naar onze zin en niet naar de zin van het publiek, maar het eindresultaat zal er naar zijn. Een fotoarchief niet alleen van belang voor Vlissingen of Zeeland, neen, wereldwijd! De Schelde bouwde niet alleen voor Nederlandse rederijen, maar van het begin af ook voor het buitenland bijvoorbeeld na de Tweede Wereldoorlog diverse schepen voor Rusland en Ghana.

Voor degenen die niet kunnen wachten, het gemeentearchief heeft zelf een schitterend fotoarchief met meer dan 50.000 foto's van straten, mensen, gebouwen en natuurlijk ook schepen. Via onze website BEELDCOLLECTIE al te zien.