Totaal aantal pageviews
dinsdag 3 december 2013
Het archief van het Ziekenhuis Vereniging Bethesda 1913-1989 is nu beschikbaar voor (historisch) onderzoek
Een van de taken van het gemeentearchief is het beheren, beschrijven en eventueel beschikbaar stellen van overheidsarchiefstukken. Een overheidsarchief werpt in feite een éénzijdige blik op de samenleving, namelijk alleen gezien vanuit de uitvoering van haar taken. Om deze tekortkoming op te vangen, beheren archiefdiensten vaak ook de archieven van semi-overheidsinstellingen, particuliere instanties en privé personen. Zo beheert het gemeentearchief Vlissingen naast het zogenaamde Schelde-archief ook het archief afkomstig van het Bethesda ziekenhuis. Ook voor deze niet-overheidsarchieven geldt dat zij wel nut moeten hebben. Ze worden niet bewaard voor het bewaren. Een archief is tenslotte geen papieropslagplaats. Het Bethesda-archief is inmiddels geschoond (d.w.z. ontdaan van dubbelen), ontniet en de inhoud globaal beschreven. We weten nu in ieder geval wat er bewaard is gebleven en geïnteresseerden kunnen nu historisch onderzoek verrichten. Naast notulen van vergaderingen zijn er ook foto's aangetroffen. Twee van deze foto's willen wij het publiek niet onthouden.
maandag 2 december 2013
Het fregat De R(h)ijn van zeil naar stoom naar zeil in onze Historisch Topografische atlas
Beelden zeggen vaak meer dan woorden. De populariteit van onze fotocollectie bij het grote publiek neemt dan ook steeds verder toe. Dat is ook zicht- en merkbaar bij onze (foto)exposities. Daar volstaan we met korte onderschriften en een catalogus want de praktijk wijst uit dat lange teksten slechts door een enkeling worden gelezen. Voor dat laatste zijn weblog en website beter geschikte media. Op de laatste expositie zijn QR-codes ingezet die voor meer informatie verwezen naar dit weblog. Je hoopt bij een foto-expositie altijd op interactie tussen bezoekers en foto's. Dat kan van een 'O ja' en Ken je hem nog' gehalte zijn, maar stiekem hoop je op meer. Het mooiste is wanneer een foto in de tijd wordt geplaatst en men relaties onderkent en dwarsverbanden legt met andere foto's en/of gebeurtenissen', een breder perspectief dus.
Naast onze omvangrijke fotocollectie beschikt het gemeentearchief Vlissingen ook nog over een Historisch Topografische atlas, misschien oneerbiedig aan te duiden als een prentenkabinet. Inderdaad er bevinden zich prenten in maar bijvoorbeeld ook kaarten. Jammer genoeg is deze atlas veel minder bekend bij het grote publiek dit ondanks de rijkdom die deze schatkamer bevat. Elke prent etc. wordt door ons zo nauwkeurig mogelijk beschreven inclusief datering. Alleen het achterliggende verhaal is vaak een stiefkindje. Soms omdat het onbekend is, soms omdat de tijd ontbreekt. Als voorbeeld dienen de volgende twee prenten die ogenschijnlijk niet aan elkaar gerelateerd zijn, uitgezonderd dat het gaat om een en dezelfde schip.
De negentiende eeuw wordt gekenmerkt door onder meer grote maatschappelijke en technologische veranderingen en ontwikkelingen. Voor de marine betekende dat bijvoorbeeld de overschakeling van zeil op stoomvermogen en het bepantseren van haar schepen. Ook onze marine ontkwam hier niet aan. Dit ondanks dat vele officieren minder gecharmeerd waren van de invoer van stoomvermogen. De herrie, het neerslaan van roet uit de schoorstenen en het vrijkomende kolengruis bij het bunkeren zullen daar debet aan zijn geweest plus een antipathie tegen nieuwigheden. Het was de marinewerf te Vlissingen die een grote rol speelde in dit veranderingsproces.
Het fregat De R(h)ijn bewapend met 44 kanonnen werd op 5 oktober 1816 te water gelaten op de Rotterdamse marinewerf. In maart 1813 was zij als de La Vestale op stapel gezet door scheepsbouwer P. Glavimans met de afmetingen 145 x 36,8 x 19 Franse voet of 55,25 x 12,3 x 5,75 meters en een waterverplaatsing van 2.485 tons. In 1814 werd zij toegewezen aan Nederland als deel van de herstelbetalingen en wederopbouw van onze marine en herdoopt in Rijn. In 1825 werd besloten haar te verlengen en te verbouwen tot een stoomschip. Zij werd in tweeën gezaagd en een stuk met een lengte van 23 meter werd er tussen geplaatst. De verbouwing liep op een mislukking uit. Dit was te wijte aan problemen met de door Cockerill, Seraing, België geleverde stoommachines en schepraderen. In 1830 opnieuw doorgezaagd werd een stuk verwijderd met een lengte van 16,7 meter verwijderd. Op de Amsterdamse marinewerf is zij uiteindelijk verbouwd tot een zeilfregat bewapend met 54 kanonnen.(1) Na terugkomst uit de Oost werd zij op 1 april 1851 buiten dienst gesteld en vanaf 1852 deed zij dienst als wachtschip te Hellevoetsluis, later te Willemsoord. In 1875 tenslotte werd zij gesloopt op de marinewerf te Hellevoetsluis in het zogenaamde Jan Blankendok. Dit droogdok is vergelijkbaar met het Vlissingse Dok van Perry zij het van jongere datum.
Op de tekening zijn duidelijk de twee helften te zien. Op de achtergrond zijn de zogenaamde grote kappen zichtbaar, met in de voor ons rechter kap de romp van een schip. Vermoedelijk was dit de romp van het linieschip Neptunus. Gelet op de situering liggen beide helften van de Rijn op wat later bekend stond als de Noord- en Zuidhellingen, waarvan de laatste resten tot op vandaag toe nog zichtbaar zijn.
Dit model van haar schegbeeld van hout en rode was is gemaakt door een modelmaker werkzaam op de Vlissingse marine. Volgens de omschrijving stelt het een mannelijke torso voor gekleed in een klassieke klederdracht. Het beeld geplaatst op een zogenaamd voluut symboliseert de Rijn.
Nadat de De Rijn weer was omgebouwd in een puur zeilfregat deed zij onder meer dienst in de Oost. Van haar laatste reis is een scheepsjournaal (toegang 112 inv.nr. 5624) bewaard gebleven. Dit journaal werd op 19 maart 1940 door T.C. Dommisse geschonken aan Van Grol. Het beslaat de periode 1 mei 1847 tot 1 April 1851 en werd bijgehouden door luitenant Kindt. Deze meldde zich op 1 mei 1847 aan boord van De Rijn op dat moment liggende in het dok te Vlissingen. Haar commandant was kapitein ter zee E.A. Jöhr. Op de 13e om 8 uur s. morgens vertrok het schip via de marinesluis naar de voorhaven waar men om 11.45 aankwam. De volgende dag verhaalde men naar de rede waar geankerd werd naast de Cerberus 'met heerlijk mooi zomerweder en gingen toen op ons gemak aan de Kaffij'. Wil je verder weten hoe de reis en het verblijf in de Oost verliep, kom dan maar het journaal inzien! Op 13 maart 1851 keerde men te Vlissingen terug, de 17e ging men in het dok [bedoeld is vermoedelijk de Dokhaven]. Na afgetuigd te zijn en alle etenswaren e.d. van boord te zijn gehaald werd op 1 april de vlag en wimpel neergehaald en met een drietal hoera's van de officieren en het detachement mariniers het schip buiten dienst gesteld.
Naast onze omvangrijke fotocollectie beschikt het gemeentearchief Vlissingen ook nog over een Historisch Topografische atlas, misschien oneerbiedig aan te duiden als een prentenkabinet. Inderdaad er bevinden zich prenten in maar bijvoorbeeld ook kaarten. Jammer genoeg is deze atlas veel minder bekend bij het grote publiek dit ondanks de rijkdom die deze schatkamer bevat. Elke prent etc. wordt door ons zo nauwkeurig mogelijk beschreven inclusief datering. Alleen het achterliggende verhaal is vaak een stiefkindje. Soms omdat het onbekend is, soms omdat de tijd ontbreekt. Als voorbeeld dienen de volgende twee prenten die ogenschijnlijk niet aan elkaar gerelateerd zijn, uitgezonderd dat het gaat om een en dezelfde schip.
De negentiende eeuw wordt gekenmerkt door onder meer grote maatschappelijke en technologische veranderingen en ontwikkelingen. Voor de marine betekende dat bijvoorbeeld de overschakeling van zeil op stoomvermogen en het bepantseren van haar schepen. Ook onze marine ontkwam hier niet aan. Dit ondanks dat vele officieren minder gecharmeerd waren van de invoer van stoomvermogen. De herrie, het neerslaan van roet uit de schoorstenen en het vrijkomende kolengruis bij het bunkeren zullen daar debet aan zijn geweest plus een antipathie tegen nieuwigheden. Het was de marinewerf te Vlissingen die een grote rol speelde in dit veranderingsproces.
Het fregat De R(h)ijn bewapend met 44 kanonnen werd op 5 oktober 1816 te water gelaten op de Rotterdamse marinewerf. In maart 1813 was zij als de La Vestale op stapel gezet door scheepsbouwer P. Glavimans met de afmetingen 145 x 36,8 x 19 Franse voet of 55,25 x 12,3 x 5,75 meters en een waterverplaatsing van 2.485 tons. In 1814 werd zij toegewezen aan Nederland als deel van de herstelbetalingen en wederopbouw van onze marine en herdoopt in Rijn. In 1825 werd besloten haar te verlengen en te verbouwen tot een stoomschip. Zij werd in tweeën gezaagd en een stuk met een lengte van 23 meter werd er tussen geplaatst. De verbouwing liep op een mislukking uit. Dit was te wijte aan problemen met de door Cockerill, Seraing, België geleverde stoommachines en schepraderen. In 1830 opnieuw doorgezaagd werd een stuk verwijderd met een lengte van 16,7 meter verwijderd. Op de Amsterdamse marinewerf is zij uiteindelijk verbouwd tot een zeilfregat bewapend met 54 kanonnen.(1) Na terugkomst uit de Oost werd zij op 1 april 1851 buiten dienst gesteld en vanaf 1852 deed zij dienst als wachtschip te Hellevoetsluis, later te Willemsoord. In 1875 tenslotte werd zij gesloopt op de marinewerf te Hellevoetsluis in het zogenaamde Jan Blankendok. Dit droogdok is vergelijkbaar met het Vlissingse Dok van Perry zij het van jongere datum.
HTA digitaal nr. 3337. Omschreven als een gewassen inkttekening van de hand van H. Speeleveldt gedateerd 2 april 1826 met als omschijving dat het fregat De Rhijn op de werf te Vlissingen was doorgezaagd om te worden verbouwd tot een stoomvaartuig.
Het originele model wordt bewaard op het Rijksmuseum (NG-MC-427, duurzame URL:http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.244059)
Nadat de De Rijn weer was omgebouwd in een puur zeilfregat deed zij onder meer dienst in de Oost. Van haar laatste reis is een scheepsjournaal (toegang 112 inv.nr. 5624) bewaard gebleven. Dit journaal werd op 19 maart 1940 door T.C. Dommisse geschonken aan Van Grol. Het beslaat de periode 1 mei 1847 tot 1 April 1851 en werd bijgehouden door luitenant Kindt. Deze meldde zich op 1 mei 1847 aan boord van De Rijn op dat moment liggende in het dok te Vlissingen. Haar commandant was kapitein ter zee E.A. Jöhr. Op de 13e om 8 uur s. morgens vertrok het schip via de marinesluis naar de voorhaven waar men om 11.45 aankwam. De volgende dag verhaalde men naar de rede waar geankerd werd naast de Cerberus 'met heerlijk mooi zomerweder en gingen toen op ons gemak aan de Kaffij'. Wil je verder weten hoe de reis en het verblijf in de Oost verliep, kom dan maar het journaal inzien! Op 13 maart 1851 keerde men te Vlissingen terug, de 17e ging men in het dok [bedoeld is vermoedelijk de Dokhaven]. Na afgetuigd te zijn en alle etenswaren e.d. van boord te zijn gehaald werd op 1 april de vlag en wimpel neergehaald en met een drietal hoera's van de officieren en het detachement mariniers het schip buiten dienst gesteld.
HTA no. 4021 Deze schitterende tekening is verwijderd uit het scheepsjournaal en overgebracht naar de Historisch Topografische Atlas voor een beter materieel beheer.
Note
1. De Middelburgsche Courant d.d. 13 oktover vermeldde de tewaterlating van het 'schoon gebiuwde'fregat De Rijn geboord voor 60 stukken op de marinewerf te Vlissingen op de 11e in de aanwezigheid van civiele en militaire autoriteiten en een groot publiek.
zaterdag 30 november 2013
Een brief uit 1672
Op 3 januari 1672 schrijft Cornelis Kien een brief aan zijn
vrouw Maria Jans in Vlissingen. Ze wonen aan de Breewaterstraat. Cornelis is
eind december in Suriname aangekomen. Wat hij in Suriname doet, dat vermeldt de
brief niet. Wel komen we te weten dat z’n vrouw hoogzwanger was bij vertrek.
Want schrijft hij:
Ick wenste wel dat ick wist hoe dat het u verloossinge
gegaen was daer ick zeer ongerust in bin. Ick ope omers als u bange gevallen
heeft, dat die goede godt sijne handt niet verkeerdt en sal gewees hebben om u
een blijde moeder te maecken […]
Verder schrijft hij dat hij graag een vaatje suiker zou
sturen, maar dat is nog niet gelukt omdat ‘men op de menscheen niet gelooven
mocht.’
Ook had hij graag pijpen, tabak, schoenen en andere droge
waren meegenomen naar Suriname in plaats van het bier en vlees waar geen vraag
naar is. Ook vraagt hij een half vat brandewijn te sturen, want dat spul is
duur in Suriname. Op het laatst van de brief verzucht hij nog een keer of ze
hem eens wil schrijven: ‘daer ick soo naer verlange hoe dat het met u en ons
kindt gaedt.’ Hij eindigt de brief met ‘dit is met aes geschreven, deurdien dat
ick altidt geroopen woorden.’
Woorden als ‘ope’ (hoop) aes (haast) verraden de Zeeuwse
tongval. Er valt nog veel meer uit een dergelijk brief te halen.
Kien adresseerde de brief al volgt:
Aen Marija Jans, woonende
In de Brewaeterstraete
Neffens de drij roonde
Rijngen tot Vlissingen
Zo komen we ook weer een huisnaam te weten: de drie ronde
ringen.
Daaronder staat: met vrijendt die Godt
bewaerdt over zee
De brief is nooit bezorgd. Brieven en allerlei andere te
verzenden stukken zijn meegegeven aan kapitein Cornelis Bastiaensz, ook de
brief van Cornelis Kien zat hierbij. Op de terugreis van Suriname naar Vlissingen
wordt het schip de Fort Zeelandia door de Engelsen gekaapt.
We zitten op dat moment in de derde Engelse oorlog. Ten
tijde van oorlog is het niet ongebruikelijk om elkaars schepen op te brengen
als prijs. Wat dan volgt is een openbare verkoping van schip en inhoud. Deze
zogenaamde kaapvaart was voor Vlissingen zelfs de voornaamste bron van
inkomsten in oorlogstijd. Alle documenten die men aantreft op een schip worden
in beslaggenomen en doen dienst als bewijsmateriaal.
Het Nederlandse materiaal is tot op de dag van vandaag
bewaard en is in te zien in The National Archives in Kew bij Londen. In totaal
gaat het om een 1000 grote dozen met archiefbescheiden over de periode
1650-1830, waarin naar schatting 38.000! brieven zitten. Een klein deel is
gedigitaliseerd en getranscribeerd. Veel moet nog worden uitgezocht.
Verschillende Nederlandse culturele instellingen houden zich met dit bijzondere
archief bezig. Vorige week verscheen deel 5 van deze zogenaamde Sailing
Letters. Hierin een collage van getranscribeerde brieven uit en naar de Oost en
de West. (Zie ook het artikel van Jan van Damme in de PZC van zaterdag 23
november 2013 met de titel: ‘Met de groeten van toen’.
De hierboven aangehaalde brief is te vinden op de site: http://www.gekaaptebrieven.nl/tekst/brief/2849.
U kunt voor dit project ook een kijkje nemen bij:
U kunt voor dit project ook een kijkje nemen bij:
Natuurlijk kunt ook de inventaris raadplegen van de High
Court of Admiralty. Onder die noemer is het archief in The National Archives
terug te vinden:
In 2015 bestaat Vlissingen 700 jaar. Het zou mooi zijn als
er dan ook een boek met Vlissingse brieven verschijnt. Dit idee wordt momenteel uitgewerkt. Voorlopige titel: Liefs uit Londen.
Het stadsarchief van Vlissingen is blij met een dergelijk
archief. Voor 1809 ontbreekt het ons immers aan veel materiaal vanwege de
Engelse aanval in 1809 op de stad. Hierbij ging het stadhuis in vlammen op en
ook het archief dat op de zolder lag. Ja de Engelsen mogen best wel eens een doos
Vlissingse brieven alsnog bezorgen. Het afleveradres is dan het
gemeentearchief. Dan beschouwen wij de zaak als afgedaan.
woensdag 20 november 2013
Belgische vluchtelingen in Souburg 1914-1918
In 2014 is het honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog
uitbrak. Nederland gedurende deze oorlog neutraal. Dat betekent niet dat wij
niet dagelijks met het oorlogsgeweld in aanraking kwamen. De oorlog werd
letterlijk en figuurlijk langs onze grenzen gevoerd. Tienduizenden Belgische
burgers en militairen vluchtten over onze grenzen op zoek veiligheid.
Vlissingen werd overspoeld, mede dankzij haar gunstige geografische ligging en
een scheepsverbinding met Engeland.
Maar niet alleen Vlissingen maar ook in de voormalige
gemeente Souburg werd een groot aantal vluchtelingen geregistreerd. Dit is
terug te vinden in de bevolkingsregistratie. Er zijn twee elkaar deels
overlappende lijsten met persoonsgegevens bewaard gebleven. Dat oktober 1914 een
chaotische periode was laat ook het handschrift van de ambtenaar zien. Is het
bevolkingsregister in een net en goed leesbaar handschrift geschreven, dat gaat
niet op voor de registratie van de vluchtelingen. Haastig zijn de namen
neergekrabbeld, soms nauwelijks leesbaar en met diverse schrijffouten. Dat
betekent dus extra werk voor ons. Beide lijsten worden met elkaar vergeleken om
een zo goed mogelijk resultaat te krijgen. En dan nog zitten we soms met 3 man
te puzzelen: wat staat er nu eigenlijk?
Bron: Beeeldbank GA Vlissingen, digitaal nummer FA3427, copyright Dert
Op onze beeldbank staan nog veel meer van dit soort schitterende foto's. Volg de link en kies in de (onderliggende) velden voor Vlissingen/Oorlog 1914-1918/Vliegtuigen en dan zoeken.
In de provincie Zeeland slaan de archiefdiensten de handen
ineen om een centrale database aan te leggen met daarin gegevens van deze
vluchtelingen. Ook het gemeentearchief Vlissingen werkt hier aan mee.
Wie al vast meer wilt weten over Vlissingen en de Eerste
Wereldoorlog lees dan het tijdschrift Den Spiegel, 2000-3, waarin onder meer
het artikel ‘Belgische vluchtelingen in Vlissingen tijdens de Eerste
Wereldoorlog’, geschreven door gemeentearchivaris Ad Tramper.
donderdag 7 november 2013
Digitale dienstverlening in bedrijf: genealogische gegevens
Het
gemeentearchief Vlissingen publiceerde al in een heel vroeg stadium op het
internet indexen en andere (nadere) toegangen op bevolkings- en burgerlijke
standregisters, notariële archieven en dergelijke. Er werd gebruik gemaakt van
de mogelijkheden die datzelfde internet toen bood. De techniek heeft sindsdien
niet stil gestaan en ook het publiek vraagt steeds vaker om digitale informatie
in steeds uitgebreidere vorm. Dat betekent wel dat wij nu geconfronteerd worden
met de zogenaamde wet van de remmende voorsprong. De indeling van onze
toegangen voldoet niet meer aan de hedendaagse eisen van de gebruikers. Wij
zijn dan ook hard aan het werk om de ‘achterstand’ weer om te buigen in een
voorsprong. Dat gaat natuurlijk niet op stel en sprong. De hoeveelheid gegevens
die wij nu op het internet hebben geplaatst is groot en het moet wel zorgvuldig
gebeuren.
In
de toekomst wordt het ook mogelijk om een bladzijde uit een willekeurig
bevolkingsregister digitaal op het scherm te krijgen. Dat kan alleen als er een
koppeling bestaat tussen de personen die op die bladzijde vermeld worden en de
aangemaakte indexen op persoonsnamen. Een ‘,’ verkeerd en de koppeling werkt niet
en dus ook geen plaatje. Dit soort werkzaamheden gebeurt achter de schermen en
het publiek heeft er geen weet van. Alleen het eindresultaat is zichtbaar en niet
spectaculair. Elders wordt het immers ook gedaan. Is het dan ondankbaar werk
voor ons? Neen, het is noodzaak willen wij iets betrouwbaars afleveren.
Inmiddels heeft het gemeentearchief ook een nieuwe webpagina met een ander ‘gezicht’.
Misschien zakelijker, maar wel duidelijker en dat kan alleen als hetgeen er achter
verscholen gaat goed gedaan is.
maandag 28 oktober 2013
Scheepswerf Kon.Mij. De Schelde en haar tekeningen 1875-
Het Scheldearchief bestaat in feite uit drie delen, te weten het directie-archief, de fotocollectie en tenslotte het tekeningenarchief. De afgelopen maanden is de overbrenging van dat laatste archief van het hoofdkantoor van Damen Schelde Naval Shipbuilding naar het gemeentearchief voorbereid en in september-oktober werd alles overgebracht. Naast een aparte serie tekeningen afkomstig van de machinefeabriek en ketelmakerij gaat het hierbij om de tekeningen van de Tekenkamer. De laatste serie tekeningen was onderverdeeld in marinescheepsbouw, koopvaardijscheepsbouw en overigen. De Kon. Mij. De Schelde heeft zich ook bezig gehouden met constructiebouw zoals bruggen en vliegtuigen. Helaas is van de laatste activiteit slechts een enkele tekening bewaard gebleven. De tekeningen die nu zijn overgebracht naar het gemeentearchief dateren uit de periode 1865-1970.
De hamvraag voor maritiem-historisch geïnteresseerden is natuurlijk: wat is er bewaard en kan ik dat inzien?
Van de machinefabriek annex ketelmakerij zijn circa 2.400 tekeningen bewaard gebleven. Deze zijn inmiddels allemaal beschreven. De oudste tekeningen dateren van 1876-1877 en betreffen de ketels geleverd voor de Concurrent I en II, gebouwd voor Arie Smit te Slikkerveer en de machine voor de stoomschoener Schelde. Uit de 19e eeuw en begin 20e eeuw zijn relatief veel tekeningen bewaard gebleven. Dat neemt af na de jaren twintig en vanaf de Tweede Wereldoorlog zijn nauwelijks tekeningen bewaard gebleven. Het is de bedoeling om deze bestanden te digitaliseren, te koppelen aan de beschrijvingen en het vervolgens via het internet aan te bieden voor raadpleging. Het streven is om dit medio 2014 te realiseren.
Van de afdeling scheepsbouw zijn een veelvoud aan tekeningen bewaard gebleven te beginnen vanaf het eerste schip dat er werd gebouwd. Echter van sommige schepen resteren slechts enkele tekeningen en van andere schepen weer honderden. Er waren in feite twee series, een serie nettekeningen en een serie calques. De serie nettekeningen beslaat zo'n 1.500 tekeningen en is voor 60% beschreven. Naar verwachting is in januari 2014 de gehele serie beschreven. Anders ligt dit bij de calques. Deze bevinden zich deels nog in de originele kokers en deels in zuurvrije dozen. De omvang is vooralsnog moeilijk te bepalen omdat veelal kleine tekeningen ingerold zijn tussen de grote tekeningen. Naar schatting gaat het om meer dan 10.000 tekeningen. De materiële staat van de calques is deels slecht. Dat komt door meerdere oorzaken. Afgezien van klimatologische invloeden (vocht-warmte-koude) zijn calques zeker op (relatief korte) termijn gevoeliger voor scheuren of nog erger in stukjes breken dan papier. Het is een proces dat wij kunnen vertragen maar niet stoppen. Daarnaast zijn er in het verleden geregeld scheuren gerepareerd met behulp van plakband. Dat plakband is inmiddels opgelost en vormt nu een uitstekende lijmlaag tussen de opgerolde tekeningen. Het resultaat laat zich raden. De tekeningen kunnen niet meer worden afgerold dan met gevaar voor (grote) schade. De bewerking van de calques gaat meerdere jaren duren. Dit komt door de hoeveelheid en door de materiële staat. De calques moeten worden beschreven, daarna volgt een eventuele digitalisering en beschikbaarstelling via het internet.
Maar welke informatie bieden de tekeningen ons. Dat is heel wisselend. Van pijpleidingen tot schroefbladen, van machines en ketels tot het geëtste glas in de deuren van de eetsalon van een Russisch koopvaardijschip uit de jaren vijftig van de 20e eeuw. Wil je meer weten over de verschillen tussen het meubilair voor de 1e, 2e en 3e klas passagiers en/of het bed waarin de kapitein sliep gelijk was aan dat van de stoker? Op dit soort vragen is straks een antwoord worden gegeven. Er is dus eigenlijk maar één maar, eerst moeten de tekeningen worden beschreven en daar zijn wij hard mee bezig.
De tekeningen waren opgeslagen in drie ruimten en speciaal daarvoor gemaakte kasten. Deze kasten werden in eigen beheer gemaakt op de Timmerfabriek.
Na de overbrenging van alle bewaard gebleven tekeningen naar het gemeentearchief hadden de tekeningenkasten geen nut meer. De tekeningen worden nu grotendeels bewaard in zuurvrije dozen in afwachting van verdere bewerking. Het lot van de kasten was dus de vuilniscontainer. In overleg echter heeft het gemeentearchief bedacht er goed aan te doen een klein deel te bewaren. Doel was en is zo een beeld te geven hoe de tekeningen vroeger bewaard werden. Bovendien zijn de kasten ook een stukje maritiem-historisch erfgoed. Van de bovenbouw resteert niets meer. Daarvoor is het plafond in de archiefbewaarplaats te laag. Van de onderbouw is een gedeelte bewaard gebleven en opnieuw opgebouwd.
De hamvraag voor maritiem-historisch geïnteresseerden is natuurlijk: wat is er bewaard en kan ik dat inzien?
Van de machinefabriek annex ketelmakerij zijn circa 2.400 tekeningen bewaard gebleven. Deze zijn inmiddels allemaal beschreven. De oudste tekeningen dateren van 1876-1877 en betreffen de ketels geleverd voor de Concurrent I en II, gebouwd voor Arie Smit te Slikkerveer en de machine voor de stoomschoener Schelde. Uit de 19e eeuw en begin 20e eeuw zijn relatief veel tekeningen bewaard gebleven. Dat neemt af na de jaren twintig en vanaf de Tweede Wereldoorlog zijn nauwelijks tekeningen bewaard gebleven. Het is de bedoeling om deze bestanden te digitaliseren, te koppelen aan de beschrijvingen en het vervolgens via het internet aan te bieden voor raadpleging. Het streven is om dit medio 2014 te realiseren.
Van de afdeling scheepsbouw zijn een veelvoud aan tekeningen bewaard gebleven te beginnen vanaf het eerste schip dat er werd gebouwd. Echter van sommige schepen resteren slechts enkele tekeningen en van andere schepen weer honderden. Er waren in feite twee series, een serie nettekeningen en een serie calques. De serie nettekeningen beslaat zo'n 1.500 tekeningen en is voor 60% beschreven. Naar verwachting is in januari 2014 de gehele serie beschreven. Anders ligt dit bij de calques. Deze bevinden zich deels nog in de originele kokers en deels in zuurvrije dozen. De omvang is vooralsnog moeilijk te bepalen omdat veelal kleine tekeningen ingerold zijn tussen de grote tekeningen. Naar schatting gaat het om meer dan 10.000 tekeningen. De materiële staat van de calques is deels slecht. Dat komt door meerdere oorzaken. Afgezien van klimatologische invloeden (vocht-warmte-koude) zijn calques zeker op (relatief korte) termijn gevoeliger voor scheuren of nog erger in stukjes breken dan papier. Het is een proces dat wij kunnen vertragen maar niet stoppen. Daarnaast zijn er in het verleden geregeld scheuren gerepareerd met behulp van plakband. Dat plakband is inmiddels opgelost en vormt nu een uitstekende lijmlaag tussen de opgerolde tekeningen. Het resultaat laat zich raden. De tekeningen kunnen niet meer worden afgerold dan met gevaar voor (grote) schade. De bewerking van de calques gaat meerdere jaren duren. Dit komt door de hoeveelheid en door de materiële staat. De calques moeten worden beschreven, daarna volgt een eventuele digitalisering en beschikbaarstelling via het internet.
Maar welke informatie bieden de tekeningen ons. Dat is heel wisselend. Van pijpleidingen tot schroefbladen, van machines en ketels tot het geëtste glas in de deuren van de eetsalon van een Russisch koopvaardijschip uit de jaren vijftig van de 20e eeuw. Wil je meer weten over de verschillen tussen het meubilair voor de 1e, 2e en 3e klas passagiers en/of het bed waarin de kapitein sliep gelijk was aan dat van de stoker? Op dit soort vragen is straks een antwoord worden gegeven. Er is dus eigenlijk maar één maar, eerst moeten de tekeningen worden beschreven en daar zijn wij hard mee bezig.
| Machines voor de Noord-Brabant rond 1900 |
De tekeningen waren opgeslagen in drie ruimten en speciaal daarvoor gemaakte kasten. Deze kasten werden in eigen beheer gemaakt op de Timmerfabriek.
| Tekeningenkasten machinefabriek/ketelmakerij |
| Tekeningenkasten scheepsbouw |
Na de overbrenging van alle bewaard gebleven tekeningen naar het gemeentearchief hadden de tekeningenkasten geen nut meer. De tekeningen worden nu grotendeels bewaard in zuurvrije dozen in afwachting van verdere bewerking. Het lot van de kasten was dus de vuilniscontainer. In overleg echter heeft het gemeentearchief bedacht er goed aan te doen een klein deel te bewaren. Doel was en is zo een beeld te geven hoe de tekeningen vroeger bewaard werden. Bovendien zijn de kasten ook een stukje maritiem-historisch erfgoed. Van de bovenbouw resteert niets meer. Daarvoor is het plafond in de archiefbewaarplaats te laag. Van de onderbouw is een gedeelte bewaard gebleven en opnieuw opgebouwd.
![]() |
| Tekeningenkast als bouwpakket |
![]() |
| Opnieuw gebouwd in de archiefbewaarplaats en inmiddels deels gevuld met tekeningen |
dinsdag 15 oktober 2013
Kinderen ontwerpen reclamemateriaal voor scheepvaartmaatschappij
Op
maandag 23 en dinsdag 24 september vond de Kunst-en cultuurroute basisonderwijs
groep 7/8 plaats. Ook wij deden mee. In totaal passeerden bijna 80 meisjes en
jongens de kluisdeur. Het programma viel in twee delen uiteen. Eerst was er een
kleine rondleiding in de kluis waarbij verteld werd wat een archief is. Dat
laatste was belangrijk omdat dat ook te maken had met het tweede deel van het
programma. Op de studiezaal waren reclameposters opgehangen, er lagen enkele
originele bouwtekeningen van een schip en het meubilair en een zogenaamd stalenboek.
Dat laatste boek werd gebruikt voor de inrichting en stoffering van een koopvaardijschip
en bevat stalen van de gebruikte gordijnstoffen, stoelbekleding, vloerbedekking,
hout- en andere materiaalsoorten voor het meubilair. De opdracht was simpel.
Uitgangspunt was dat er een nieuwe veerlijn op Engeland werd geopend en dat er
nog geen logo, reclameposters etc. beschikbaar waren. Met andere woorden, (kleur-)potloden,
gummetjes, puntenslijpers en blanco papier lagen klaar op de tafels. Er was
slechts een grove schets gemaakt hoe bijvoorbeeld dat logo eruit kon zien. Met
slechts een summiere toelichting werd het aan de fantasie/verbeeldingskracht van
de kids overgelaten om het gewenste op papier te zetten. Het resultaat mag er
naar zijn, sommige tekeningen konden zo door naar een reclameadviesbureau voor
de finishing touch! Volgens ons hadden de kids veel plezier in deze opdracht,
sommigen wilden zelfs niet weg. Het is op het moment niet mogelijk alle tekeningen
te laten zien, maar de onderstaande voorbeelden willen wij niemand onthouden.
| Noor |
|
Iraisha
|
| Zahra |
zondag 13 oktober 2013
Het gemeentearchief Vlissingen en de Vlissingse Zeedag 13 oktober 2013
Vanmiddag opent ook het gemeentearchief Vlissingen haar deuren. Sterker nog de stalen deur tot onze schatkamer gaat open. Normaliter mag het publiek niet komen in het archiefdepot. Vandaag maken wij een uitzondering. Om 13.30, 14.30 en 15.30 zijn er rondleidingen van circa een half uurtje. Sommige schatten uit de Vlissingse geschiedenis komen voor het zoeklicht. Welke? Kom zelf maar kijken.
Jammer genoeg is onze laatste 'aanwinst' nog niet te bewonderen. De scheepswerf Kon. Mij. De Schelde en haar opvolger Damen Schelde Naval Shipbuilding bewaarden het grootste deel van hun tekeningen opgerold in speciaal daarvoor bij de eigen timmerfabriek gemaakte houten kasten. Een klein deel daarvan is 'gered' en wordt straks weer opgebouwd in het archiefdepot en deels gevuld met tekeningen. Zo kun je een idee krijgen hoe vroeger tekeningen bewaard werden.
Verder kan men natuurlijk ook nog onze expositie Kringen in het water. Leven rond het Dok, gemeentearchief Vlissingen nog bezoeken. Binnenkort wordt deze tentoonstelling gesloten, dus dit is een van uw laatste kansen om de Vlissingse Dokhaven in woord en beeld tussen 1900 en anno 2013 te bewonderen. Bovendien wordt ook de animatiefilm zoals de Dokhaven er rond 1900 uitzag gedraaid. Om de lange relatie tussen de (Koninklijke) Marine en Vlissingen te benadrukken wordt verder aandacht besteed aan het pantserdekschip Noord-Brabant. Gebouwd op De Schelde, kwam het in 1926 terug naar Vlissingen voor de opleiding van matrozen totdat het in 1940 door e eigen bemanning in brand werd gestoken.
Wij zijn er klaar voor, dus tot vanmiddag!
Jammer genoeg is onze laatste 'aanwinst' nog niet te bewonderen. De scheepswerf Kon. Mij. De Schelde en haar opvolger Damen Schelde Naval Shipbuilding bewaarden het grootste deel van hun tekeningen opgerold in speciaal daarvoor bij de eigen timmerfabriek gemaakte houten kasten. Een klein deel daarvan is 'gered' en wordt straks weer opgebouwd in het archiefdepot en deels gevuld met tekeningen. Zo kun je een idee krijgen hoe vroeger tekeningen bewaard werden.
Verder kan men natuurlijk ook nog onze expositie Kringen in het water. Leven rond het Dok, gemeentearchief Vlissingen nog bezoeken. Binnenkort wordt deze tentoonstelling gesloten, dus dit is een van uw laatste kansen om de Vlissingse Dokhaven in woord en beeld tussen 1900 en anno 2013 te bewonderen. Bovendien wordt ook de animatiefilm zoals de Dokhaven er rond 1900 uitzag gedraaid. Om de lange relatie tussen de (Koninklijke) Marine en Vlissingen te benadrukken wordt verder aandacht besteed aan het pantserdekschip Noord-Brabant. Gebouwd op De Schelde, kwam het in 1926 terug naar Vlissingen voor de opleiding van matrozen totdat het in 1940 door e eigen bemanning in brand werd gestoken.
Wij zijn er klaar voor, dus tot vanmiddag!
vrijdag 20 september 2013
Scholieren en het archief op zee tijdens de Kunst- en cultuurroute 2013
Komende
maandag en dinsdag vindt weer de Kunst- en cultuurroute weer plaats. Doelgroep is
groep 7/8 van het basisonderwijs. Ook wij zijn dit jaar van de partij. Het is
altijd wikken wikken en wegen wat je als archiefdienst doet op zo’n dag. Het
moet én leerzaam zijn én toch een hoog entertainmentgehalte hebben én laten
zien wat een archiefdienst is en doet. In de afgelopen maanden is veel werk
gestoken in het archief van de Kon.Mij. De Schelde. Zo zijn afgelopen week de
laatste scheepsbouwtekeningen overgebracht van het hoofdkantoor naar het
gemeentearchief. De komende jaren moet nog veel tijd worden gestoken in het
beschrijven van deze tekeningen. Maar wat heeft dit nu te maken met het
aanstaande bezoek van de scholieren? Wel, tijdens de voorinventarisatie kwamen
ook tekeningen van stoelen, banken en bedden tevoorschijn die bestemd voor de
schepen. Het idee was snel geboren. Als we nu eens het nuttige en het aangename
verenigen. De kinderen krijgen eerst een rondleiding in de kluis waarbij van
alles wordt verteld over wat een gemeentearchief is en doet. Voor de uitleg van
het verhaal gebruiken wij tekeningen, foto’s en boeken uit het Scheldearchief.
De volgende stap is een opdracht op de studiezaal. Niet het opzoeken van foto’s
op de computer of artikelen in de krant. Neen, ze moeten hun creativiteit gaan
gebruiken. In de archiefbewaarplaats hebben ze een indruk gekregen van water
allemaal komt kijken bij het ontwerpen en bouwen van een schip. De opdracht is
simpel. Een imaginaire scheepvaartmaatschappij genaamd De Vlissingse Fles wil
op 1 juni 2014 starten met een veerbootlijn tussen Vlissingen en Engeland. Ze
heeft echter nog niets, geen schip, geen reclamemateriaal etc. De kids worden
gevraagd om te helpen. Ze mogen hierbij kiezen uit het zelf ontwerpen c.q.
inrichten van een schip, het ontwerpen van meubilair, een logo of een
reclameaffiche. Op de studiezaal ligt archiefmateriaal als een tekening van een
koopvaardijschip, het stoffeerplan en voorbeelden van meubilair. Verder een
origineel stalenboek van datzelfde schip met voorbeelden van de gebruikte
vloerbedekking, houtsoorten en behang en een reclame affiche. Het is nu aan hen
om met hun creativiteit te wedijveren met de professionals. De mooiste
uitwerkingen worden geplaatst of op website en/of weblog. De potloden zijn
inmiddels geslepen.
woensdag 18 september 2013
Het fotoarchief van de scheepswerf Kon.Mij. De Schelde 1875-1970
Het gemeentearchief Vlissingen beheert al sinds enkele jaren het directiearchief van de scheepswerf Kon. Mijn De Schelde 1875-1970 en het 'grote' foto- en negatievenarchief van dezelfde werf. Om een idee te krijgen van de omvang van dat fotografiearchief, we praten over meer dan 100.000 foto's en negatieven. Zo zijn er enkele tienduizenden glasnegatieven bewaard. Over de eerste 40 jaar echter zijn helaas niet zoveel foto's aanwezig. Om deze rijke bron optimaal te kunnen gebruiken, zal nog heel wat werk verzet worden. Zo moet bijvoorbeeld de eerste serie glasnegatieven daterende van voor de Tweede Wereldoorlog gereinigd en gescand worden. Dat reinigen moet én secuur én heel voorzichtig gebeuren. Niet alleen omdat glas breekbaar is en vanwege het gevaar voor krassen. Het negatief dat gehecht wordt aan het glasnegatief is ook kwetsbaar, gemakkelijk te beschadigen en gevoelig voor vocht en temperatuurwisselingen. Op het archief hebben we enkele voorbeelden wat vocht en temperatuur kunnen aanrichten. Het lijkt wel alsof een slang zijn oude huid verliest. Het negatief komt los van de glasplaat, te beginnen vanaf de randen, het krult om en scheurt. Een niet omkeerbaar proces. Het verschil met de slang is echter dat deze blijft leven, het glasnegatief is ten dode opgeschreven. Na het reinigen kunnen de negatieven gescand worden bij daarin gespecialiseerde bedrijven. De volgende stap is aanpassing van de bestaande beschrijvingen: wat en wie staan erop, wat gebeurt, welk jaar etc. En dan - eindelijk -kunnen de resultaten digitaal aan het publiek worden gepresenteerd. Het gaat stap voor stap, en nooit snel genoeg niet naar onze zin en niet naar de zin van het publiek, maar het eindresultaat zal er naar zijn. Een fotoarchief niet alleen van belang voor Vlissingen of Zeeland, neen, wereldwijd! De Schelde bouwde niet alleen voor Nederlandse rederijen, maar van het begin af ook voor het buitenland bijvoorbeeld na de Tweede Wereldoorlog diverse schepen voor Rusland en Ghana.
Voor degenen die niet kunnen wachten, het gemeentearchief heeft zelf een schitterend fotoarchief met meer dan 50.000 foto's van straten, mensen, gebouwen en natuurlijk ook schepen. Via onze website BEELDCOLLECTIE al te zien.
Voor degenen die niet kunnen wachten, het gemeentearchief heeft zelf een schitterend fotoarchief met meer dan 50.000 foto's van straten, mensen, gebouwen en natuurlijk ook schepen. Via onze website BEELDCOLLECTIE al te zien.
donderdag 15 augustus 2013
Het gemeentearchief heeft een aantal maanden geleden meegewerkt aan de totstandkoming van een video over Vlissingen als admiraliteitsstad. De video is gemaakt door de Koninklijke Marine en te zien via onderstaande VLISSINGEN ADMIRALITEITSSTAD
vrijdag 9 augustus 2013
Nog een week voor onze expositie opent!
Het gemeentearchief Vlissingen opent op 19 augustus haar deuren met een nieuwe expositie over de Dokhaven en het wachtschip Noord-Brabant. Met Sail dit jaar zijn wij bij hoge uitzondering ook op vrijdag-zondag open van 13.00 tot 17.00 uur
In het Gemeentearchief Vlissingen is van 19 augustus tot 1 november 2013 de tentoonstelling Kringen in het Water. Leven rond het Dok te zien. De foto-expositie geeft een beeld van leven, werk en bebouwing rond de Dokhaven in Vlissingen door de eeuwen heen. Bovendien wordt er aandacht besteed aan het opleidingsschip de Noord-Brabant. De dokhaven werd begin 17e eeuw aangelegd door toedoen van Prins Maurits. Oorspronkelijk lagen hier de schepen van de admiraliteit en de West-Indische Compagnie. Rondom het Dok verrezen statige panden zoals het Van Dishoeckhuis (1733) en het Beeldenhuis (1730). Maar ook de Oostkerk (1652) en de Waalse kerk met bijbehorende begraafplaatsen kregen hier een plek. Leven en werken ging in deze buurt hand in hand. Door de opkomst van scheepswerf De Schelde (vanaf 1875) raakte het Dok van lieverlee ontvolkt en verschoof wonen steeds meer richting werken. Maar ook aan deze bedrijvigheid kwam een eind. Vandaag de dag wordt dit historisch stukje Vlissingen nieuw leven ingeblazen. Ook is er speciale aandacht voor het wachtschip van de Koninklijke Marine De Noord-Brabant. Dit schip, deed dienst als opleidingsschip voor matrozen. Het speelde een belangrijke rol in het sociale leven van Vlissingen.
De expositie volgt een rondgang langs het Dok. Hierbij passeren onderwerpen als: de marinesluis, het takelmagazijn, de Oostkerk, het van Dishoeckhuis, het Dok van Perry, het postkantoor, de smederij, de hellingen, het Admiraalshuis, het Beeldenhuis, de Rammekenspoort, de schipbrug en de tonnenbrug de revue.
Bij de tentoonstelling hoort een gidsje dat dienst doet als catalogus, aangevuld met QR-codes om over een onderwerp uitgebreidere informatie op te kunnen halen. Daarnaast is ook het weblog http://gemeentearchiefvlissingen.blogspot.nl beschikbaar met info over de tentoonstelling en uitgebreide informatie over de behandelde onderwerpen bij de rondgang langs het Dok.
De tentoonstelling is gratis te bezichtigen in het gemeentearchief in de Hellebardierstraat. Openingstijden: ma-do, van 09.00-16.30 uur. De tentoonstelling is te zien van 19 augustus tot 1 november 2013. Ook tijdens het weekend van Sail (22-25 augustus) zijn we geopend: 13.00-17.00 uur.
woensdag 17 juli 2013
Plaatjes op de expositie
De voorbereidingen voor de nieuwe expositie Kringen in het water zijn in volle gang. Op dit weblog zijn inmiddels diverse teksten gepubliceerd die alle een facet behandelen. De panelen waarop de foto's straks komen zijn ook al opgesteld, zoals altijd in een opstelling die een relatie heeft met het hoofdonderwerp van de expositie namelijk de Dokhaven. Ook de selectie van de foto's is nagenoeg voltooid, het is nu een wkestie van de puntjes op de 'i' zetten, met name op welk formaat en dan ophangen. De volgorde is al bepaald, het wordt een soort wandeling door de tijd. Het lijkt allemaal een kwestie van 'even' doen, maar de praktijk wijst anders uit. In ieder geval wordt het weer een mooie expositie.
Hr.Ms. wachtschip Noord-Brabant 1926-1940
Aan het eind van de negentiende eeuw was er behoefte aan snelle licht gepantserde kruisers voor het beschermen van de verbindingen met Nederlands-Indië en verkenningsdoeleinden. Overigens worden deze kruisers ook wel pantserdekschepen genoemd. Men koos er voor het ontwerp van de Engelse lichte klasse kruiser Apollo (1892) als basis te gebruiken en toe te snijden op de Nederlandse eisen. Het eindresultaat (de Holland-klasse) wordt door velen beschouwd als de mooiste schepen ooit gebouwd voor de Koninklijke Marine. De Kon. Mij. De Schelde bouwde twee van de zes kruisers, namelijk de Zeeland en de Noord-Brabant.
| In staat van afbouw, datum opname 20-10-1899 |
Tekening Alexander Mari van Maanen
De misschien meest opzienbarende gebeurtenis in haar bestaan tot 1925 was in 1914 toen zij het lichaam van de in Albanië tijdens een vredesmissie gesneuvelde Nederlandse overste Thomson naar Nederland terugbracht. In 1920 van de vlootsterkte afgevoerd, werd het schip overgedragen aan het ministerie van justitie om te worden verbouwd tot logementschip voor ter beschikking van de regering gestelde minderjarigen. Vanwege geldgebrek kwam deze verbouwing stil te liggen en in 1925 werd de Noord-Brabant teruggegeven aan de Koninklijke Marine.
![]() |
| Als wachtschip rond 1938 te Vlissingen, tekening Ron van Maanen |
dinsdag 16 juli 2013
De hellingen in de Dokhaven
In 1609 gaf de stad opdracht tot het graven van de Ooster- of Dokhaven na opdracht hiertoe van prins Maurits te hebben gekregen. Via de oude stadsgracht en een sas of sluis stond de haven in verbinding met de Schelde. Deze verbinding is inmiddels gedempt. In 1869-1873 werd het Kanaal door Walcheren aangelegd. De Dokhaven werd hierop aangesloten waardoor een nieuwe verbinding met de Schelde ontstond. Vandaag de dag kan nog steeds zo van en naar de Schelde worden gevaren. In 1614 waren de werkzaamheden gereed en op 9 juli werd de Dokhaven in gebruik genomen. Aan het eind van deze Dokhaven bevond zich onder meer de werf van de Zeeuwse Admiraliteit. Door de vergroting van de haven in 1688 verhuisde de werf noodgedwongen. De Admiraliteitswerf is vanaf dan gelegen aan de oostzijde van de voorhaven achter de sluis die toegang gaf tot de Schelde. De Admiraliteitswerf blijft op haar nieuwe locatie in bedrijf, ook na de overname van de stad Vlissingen en omgeving door de Fransen in 1807. Eerder in 1796 was het voormalige Westindische pakhuis staande aan het eind van de Dokhaven samen met grond afgestaan aan de Franse overheid voor het stichten van scheepswerven en bijbehorende gebouwen.
Vanwege de Franse aspiraties om zowel Vlissingen als Antwerpen verder in te richten als maritieme uitvalshavens voor de invasie van Engeland veroverden in 1809 Engelse troepen Vlissingen. Bij hun terugtocht trachtten zij de bestaande voorzieningen zoveel mogelijk te vernietigen. Nadat Vlissingen weer in Franse handen was gekomen, begon de wederopbouw van het arsenaal en de verdere verbetering van de Dokhaven. De haven werd weer op de vereiste diepte gebracht en duizenden karrenvrachten modder werden opgebaggerd en elders gedumpt.
In 1814 werd besloten tot de aanleg van een werf van aanbouw (constructiewerf) en een werf van uitrusting te Vlissingen. Dit besluit was een gevolg van de opheffing van de marinewerf te Antwerpen. De bestaande gebouwen werden daar gesloopt en (deels) gebruikt voor nieuwbouw te Vlissingen. In de Dokhaven werden vijf hellingen aangelegd waarvan een zogenaamde sleephelling. De laatste was in tegenstelling tot de andere niet overkapt. Twee hellingen waren bestemd voor de nieuwbouw van linieschepen en fregatten en lagen in de lengterichting van de Dokhaven. Twee andere hellingen werden gebruikt voor de nieuwbouw van kleinere schepen en lagen dwars op de Dokhaven. Het overdekken van hellingen bracht meerdere voordelen met zich mee. De bouw van de schepen kon het gehele jaar doorgaan en schepen en werkarbeiders hadden minder last van weersomstandigheden. De torenhoge kappen boden echter volgens experts ook een uitstekend richtpunt voor artillerievuur. Waar het idee vandaan komt om de hellingen op deze wijze te overdekken is niet geheel duidelijk. In ieder geval werd het toegepast door de Fransen op de marinewerf te Antwerpen.
Toen de marine in 1814 de beschikking kreeg over de Dokhaven waren blijkbaar alle sporen van eerdere scheepshellingen verdwenen als we de aanwezige correspondentie mogen geloven. Vreemd genoeg wordt al op 11 juli 1817 de brig Courier op stapel gezet, alleen op welke helling? Een mogelijkheid is op een van de hellingen van de voormalige admiraliteitswerf. Op 20 juni 1818 wordt zij te water gelaten in de aanwezigheid van een groot enthousiast publiek. Zij was het eerste Nederlandse marineschip gebouwd in Vlissingen na het herstel van de onafhankelijkheid.
De Middelburgsche Courant d.d. 20 maart 1821 publiceerde een advertentie waarin de minister van marine aankondigde dat op woensdag 4 april om 12.00 uur vice-admiraal Gobius de verdere aanleg en voltooiing van een inmiddels al ontgraven scheepshelling zou aanbesteden aan de laagst offrerende. De benodigde materialen werden door de marine verstrekt. Gobius was op dat moment directeur en commandant van de marine in het hoofddepartement van de Schelde. Pas eind november 1817 wordt het onderwerp scheepshellingen in de correspondentie tussen de Rijkswerf en het ministerie van marine genoemd. Het jaar daarop is sprake van ontgraving van hellingen terwijl in 1819 sprake was van het maken van de eerste en het beginnen met de aanleg van de tweede helling. In 1821 komt de aanleg van een derde helling ter sprake. Deze werd gevolgd door nog twee hellingen.
Op de twee grote hellingen werd de bouw gestart van de linieschepen Zeeuw en Koninklijke Nederlanden. Beide behoorden tot de laatste linieschepen die de Koninklijke Marine bouwde en in dienst had. Op 31 augustus 1819 werd de kiel van de Zeeuw gelegd gevolgd op 27 December 1821 door de Neptunus. Werd de eerste op 16 augustus 1825 te water gelaten, het tweede schip pas op 7 november 1835. De Middelburgsche Courant van 16 maart 1820 meldde dat op de 14e het fregat Euridice ‘op een der onlangs aangelegen hellingen, voor den nieuwen aanbouw van schepen bestemd, en alzoo niet tot het verrigten van de ondernomen werkzaamheden ingerigt’ kunstmatig was opgewonden.
Op 28 augustus 1823 bezocht Jacob van Lennep met zijn vriend Dirk van Hogendorp de Vlissingse marinewerf en de beide daar op stapel staande linieschepen. Hij beschreef dat laatste als : Hier beklommen wij twee hemelhooge trappen, welke in elkander uitliepen. Men bouwde in ieder derzelven een linieschip van verbazende hoogte. Het geraamte van het eene doorwandelen wij op al deszelfs verdiepingen. Zulk een schip kost aan het land een millioen.’ Van Lennep zag ook het boegbeeld van het laatste schip staan: ‘Ik liep tusschen deszelfs beenen door, hoewel het beeld voorovergebogen stond’. Dat laatste geeft een wel een indruk van de afmetingen van het boegbeeld. Beide schepen hadden een lengte van 57,80 en een breedte van 14,90 meter. De hellingen waarop beide schepen werden gebouwd, waren overkapt. Deze kappen gesloopt in 1871 stonden bekend als de grote kappen.
Op de marinewerf werden diverse schepen gebouwd en gerepareerd. Een bekend experiment is de verbouwing van het zeilfregat Rijn in een stoomfregat. Het schip werd in tweeën gezaagd en in het midden werd een stuk tussen geplaatst. Uiteindelijk moest men het schip weer in originele staat terugbouwen toen bleek dat het experiment om diverse redenen een totale mislukking was. Later werden ook voormalige zeilschepen op de werf omgebouwd tot al dan niet gepantserde batterijen.
Nadat de Kon. Mij. De Schelde in 1875 het terrein van de voormalige marinewerf overnam, werd in de eerste jaren niets gewijzigd aan de bestaande scheepshellingen. Onduidelijk is of de zogenaamde sleephelling in gebruik bleef. Dit in tegenstelling tot de twee grote hellingen en de twee kleine hellingen. De laatste bleven tot aan het eind toe overkapt. Onder deze kleine kappen werden de kleinere schepen gebouwd zoals de vele torpedoboten door De Schelde afgeleverd, maar bijvoorbeeld ook de eerste onderzeeboot Luctor et Emergo. Toen de schepen steeds groter werden, werden de beide grote hellingen bekend als de Zuid en Noordhelling verlengd en ook voorzien van een betonnen bovenlaag. Over de sleephelling wordt dan al lang niet meer gerept terwijl de kleine hellingen tot rond 1910 in gebruik blijven. Later wijkt men ook uit naar het Eiland om hier onder meer de onderzeeboten te bouwen.
In 1975 loopt voor het laatst een schip van stapel in de Vlissingse binnenstad. Het is het voor Noorwegen gebouwde RoRo schip Höegh Trigger. Vanaf dat moment bouwde de KSG het latere Damen Schelde Naval Shipbuilding haar schepen elders, vandaag de dag zelfs tot in Roemenië toe.
![]() |
| Gemeentearchief Vlissingen HTA4106 |
In 1814 werd besloten tot de aanleg van een werf van aanbouw (constructiewerf) en een werf van uitrusting te Vlissingen. Dit besluit was een gevolg van de opheffing van de marinewerf te Antwerpen. De bestaande gebouwen werden daar gesloopt en (deels) gebruikt voor nieuwbouw te Vlissingen. In de Dokhaven werden vijf hellingen aangelegd waarvan een zogenaamde sleephelling. De laatste was in tegenstelling tot de andere niet overkapt. Twee hellingen waren bestemd voor de nieuwbouw van linieschepen en fregatten en lagen in de lengterichting van de Dokhaven. Twee andere hellingen werden gebruikt voor de nieuwbouw van kleinere schepen en lagen dwars op de Dokhaven. Het overdekken van hellingen bracht meerdere voordelen met zich mee. De bouw van de schepen kon het gehele jaar doorgaan en schepen en werkarbeiders hadden minder last van weersomstandigheden. De torenhoge kappen boden echter volgens experts ook een uitstekend richtpunt voor artillerievuur. Waar het idee vandaan komt om de hellingen op deze wijze te overdekken is niet geheel duidelijk. In ieder geval werd het toegepast door de Fransen op de marinewerf te Antwerpen.
Toen de marine in 1814 de beschikking kreeg over de Dokhaven waren blijkbaar alle sporen van eerdere scheepshellingen verdwenen als we de aanwezige correspondentie mogen geloven. Vreemd genoeg wordt al op 11 juli 1817 de brig Courier op stapel gezet, alleen op welke helling? Een mogelijkheid is op een van de hellingen van de voormalige admiraliteitswerf. Op 20 juni 1818 wordt zij te water gelaten in de aanwezigheid van een groot enthousiast publiek. Zij was het eerste Nederlandse marineschip gebouwd in Vlissingen na het herstel van de onafhankelijkheid.
De Middelburgsche Courant d.d. 20 maart 1821 publiceerde een advertentie waarin de minister van marine aankondigde dat op woensdag 4 april om 12.00 uur vice-admiraal Gobius de verdere aanleg en voltooiing van een inmiddels al ontgraven scheepshelling zou aanbesteden aan de laagst offrerende. De benodigde materialen werden door de marine verstrekt. Gobius was op dat moment directeur en commandant van de marine in het hoofddepartement van de Schelde. Pas eind november 1817 wordt het onderwerp scheepshellingen in de correspondentie tussen de Rijkswerf en het ministerie van marine genoemd. Het jaar daarop is sprake van ontgraving van hellingen terwijl in 1819 sprake was van het maken van de eerste en het beginnen met de aanleg van de tweede helling. In 1821 komt de aanleg van een derde helling ter sprake. Deze werd gevolgd door nog twee hellingen.
Op de twee grote hellingen werd de bouw gestart van de linieschepen Zeeuw en Koninklijke Nederlanden. Beide behoorden tot de laatste linieschepen die de Koninklijke Marine bouwde en in dienst had. Op 31 augustus 1819 werd de kiel van de Zeeuw gelegd gevolgd op 27 December 1821 door de Neptunus. Werd de eerste op 16 augustus 1825 te water gelaten, het tweede schip pas op 7 november 1835. De Middelburgsche Courant van 16 maart 1820 meldde dat op de 14e het fregat Euridice ‘op een der onlangs aangelegen hellingen, voor den nieuwen aanbouw van schepen bestemd, en alzoo niet tot het verrigten van de ondernomen werkzaamheden ingerigt’ kunstmatig was opgewonden.
Op 28 augustus 1823 bezocht Jacob van Lennep met zijn vriend Dirk van Hogendorp de Vlissingse marinewerf en de beide daar op stapel staande linieschepen. Hij beschreef dat laatste als : Hier beklommen wij twee hemelhooge trappen, welke in elkander uitliepen. Men bouwde in ieder derzelven een linieschip van verbazende hoogte. Het geraamte van het eene doorwandelen wij op al deszelfs verdiepingen. Zulk een schip kost aan het land een millioen.’ Van Lennep zag ook het boegbeeld van het laatste schip staan: ‘Ik liep tusschen deszelfs beenen door, hoewel het beeld voorovergebogen stond’. Dat laatste geeft een wel een indruk van de afmetingen van het boegbeeld. Beide schepen hadden een lengte van 57,80 en een breedte van 14,90 meter. De hellingen waarop beide schepen werden gebouwd, waren overkapt. Deze kappen gesloopt in 1871 stonden bekend als de grote kappen.
Op de marinewerf werden diverse schepen gebouwd en gerepareerd. Een bekend experiment is de verbouwing van het zeilfregat Rijn in een stoomfregat. Het schip werd in tweeën gezaagd en in het midden werd een stuk tussen geplaatst. Uiteindelijk moest men het schip weer in originele staat terugbouwen toen bleek dat het experiment om diverse redenen een totale mislukking was. Later werden ook voormalige zeilschepen op de werf omgebouwd tot al dan niet gepantserde batterijen.
![]() |
| Anno 2013 |
In 1975 loopt voor het laatst een schip van stapel in de Vlissingse binnenstad. Het is het voor Noorwegen gebouwde RoRo schip Höegh Trigger. Vanaf dat moment bouwde de KSG het latere Damen Schelde Naval Shipbuilding haar schepen elders, vandaag de dag zelfs tot in Roemenië toe.
maandag 15 juli 2013
De kielkade of kielplaats uit 1780
![]() |
| Gemeentearchief Vlissingen HTA0457 rond 1800 |
De Gecommitteerde Raden van de Zeeuwse admiraliteit wilden op 10 november het maken en heien van de beschoeiing van het droge dok aanbesteden. Die aanbesteding vond plaats in ‘s Lands Dokhuis te Vlissingen waar ook het droge dok lag. De aannemer die het laagste bod deed was verzekerd van de opdracht aldus de Middelburgsche Courant van 9 November 1780. Een paar maanden eerder hadden de raden in hetzelfde dokhuis andere werkzaamheden aanbesteed namelijk het maken en stellen van 200 voet beschoeiing met een kielplaats gelegen aan de westkant recht tegenover het Lands Arsenaal. De voorwaarden en tekeningen waren in te zien bij de waarnemend dokmeester Poley. De aanleg van een dergelijke kielplaats ook wel bekend als kielkade is opvallend. Normaliter werd dit alleen gedaan als er ter plaatse geen droogdok beschikbaar was. En dat was wel het geval in Vlissingen, namelijk het Perry-dokje. Datzelfde dokje waarover sprake is in Middelburgsche Courant van 10 November 1780. Alleen het functioneerde in 1780 al niet meer. In de achttiende en begin negentiende eeuw kwamen geregeld plannen naar voren om het droogdokje te herstellen echter zonder succes totdat het in 1836-1837 grondig werd aangepakt en weer bruikbaar werd. De kielplaats werd in 1780 wel degelijk aangelegd en gebruikt tot in de jaren twintig van de negentiende eeuw.
Tot in 1869 tonen kaarten ons aan waar het lag, inderdaad recht tegenover het nu niet meer bestaande arsenaal voor de ook al niet meer bestaande Oostkerk annex gieterij. Daar waar nu een parkeerplaats langs de Koningsweg ligt met als begrenzing een muurrestant van de Oostkerk lag de kielplaats. Op sommige kaarten staat zelfs de aanduiding kielkade geschreven. En bij eventuele twijfel, op deze en andere kaarten staan zelfs de drie blokjes die verwijzen naar een beschrijving van Tideman.
![]() |
| Gemeentarchief Vlissingen HTA 1084. Afkomstig uit Madou, J. Vues des Pays-Bas. |
B.J. Tideman legde in 1861 uit wat kielen was en waarvoor het gedaan werd. Namelijk het met behulp van takels op een scheepszijde trekken van een schip zodat het onderwaterschip kon worden geïnspecteerd, gekalfaat, gekoperd en gerepareerd. Van te voren werd het schip kielklaar gemaakt. Dat houdt onder meer het lossen van de lading in en verwijdering van de tuigage. Heel belangrijk was dat in de scheepszijde waarop het schip kwam te rusten alle poorten goed gesloten waren en dat alle openingen waren dicht gestopt om te voorkomen dat er water kon binnenstromen. De pompen werden schuin geplaatst klaar voor gebruik om het ruim leeg te pompen nadat het schip omver was getrokken. Voor het kielen gebruikte men of kiellichters of de kielkade. Het laatste is een walinrichting langs de bestaande beschoeiing. De Vlissingse kielkade bestond uit drie putten. De eerste en de derde waren tegen de beschoeiing aangelegde, de tweede wat meer landinwaarts. In de tweede kwam namelijk het onderblok voor de grote mast te rusten. De eerste en derde werden gebruikt voor de fokkemast. De keuze welke put gebruikt werd, had te maken met het feit of het schip over bakboord of over stuurboord werd gehaald. In de put voor de grote mast kon desgewenst een mast dienende als ophouder worden gezet. Tideman was voorstander van het gebruik van een kielkade boven een kiellichter zolang de kade in goede staat verkeerde. Oude kielkaden konden een gevaar opleveren omdat een eventuele verrotting van de palen niet zichtbaar was. Mossel beschreef in 1859 het daadwerkelijk kielen op de Vlissingse werf uitvoerig. De putten of kielbakken hadden een diepte van 2 meter en een breedte van een meter. De lengte bedroeg een kwart van de kade. De lengte van de kade moest minimaal gelijk zijn aan het grootste schip dat men op de werf kon verwachten. In het geval van Vlissingen waren dat linieschepen met een maximale lengte van 58 meter. Achter elke put waren twee spillen opgesteld. In Vlissingen waren dat kaapstanders waarvan het onderstel in een op de grond vastgemaakt spoor draaiden.
Ook de oud kapitein ter zee C. van der Hart beschreef in 1855 de risico’s van het gebruiken van een kielkade. In april 1829 meldde hij zich als eerste officier op de marinebrik Irene met als bestemming West-Indië. Het schip werd op de Vlissingse marinewerf uitgerust voor de reis, maar de Irene moet eerst nog worden gekield. Ook Van der Hart wees er op dat het gebruik van een kielkade alleen plaatsvond bij gebrek aan een droogdok, dus het Perry-dokje was in die tijd inderdaad niet bruikbaar. De Irene werd echter zover op haar zij getrokken dat zij vol met water liep. Onmiddellijk pompte men haar leeg en werd het kielen herhaald zij het wel zorgvuldiger. Ondanks het leegpompen was het onder water staan niet bevorderlijk voor de leefomstandigheden aan boord. Van der Hart schreef namelijk dat de bemanning ‘gedurende de reis in een meer vochtigen dampkring’ moesten leven dan de bemanningen van andere schepen. In september dat jaar was de Irene gereed voor het vertrek naar de West.
![]() |
| Ron van Maanen, 17-7-2013 |
![]() |
| Ron van Maanen, 17-7-72013 |
donderdag 11 juli 2013
Maritieme stukjes
Deze week is de eerste van de serie van acht stukjes elk van honderd woorden in de aanloop naar Sail de Ruyter editie 2013 verschenen in de gemeentelijke informatiepagina Blauw Geruite Kiel in de lokale krant Vlissingse Bode verschenen. Deze keer met als onderwerp de Dokhaven.
De Dokhaven speelt straks ook de hoofdrol in onze nieuwe expositie Kringen in het water. In de afgelopen tijd zijn er diverse stukjes op dit weblog gepubliceerd, alle met als thema het leven en werken in en rond deze haven. Nog een stuk over de scheepshellingen en een stuk over de Noord-Brabant en het schrijfwerk is voor een groot deel voltooid. Wat 'rest' is het klaarmaken van de onderschriften bij de foto's. Met het uitzoeken van de foto's zijn we al aardig opgeschoten, al zijn we nog niet klaar. Nog steeds bellen mensen op met nieuwe foto's over de Noord-Brabant. En we zijn bezig of het mogelijk is een wandelroute uit te zetten via een app.
Kortom het gemeentearchief Vlissingen is volop bezig 'naast het gewone werk'. Afgelopen weekend bijvoorbeeld werd het hoorspel Vuile Was opgevoerd in het gemeentearchief.
De Dokhaven speelt straks ook de hoofdrol in onze nieuwe expositie Kringen in het water. In de afgelopen tijd zijn er diverse stukjes op dit weblog gepubliceerd, alle met als thema het leven en werken in en rond deze haven. Nog een stuk over de scheepshellingen en een stuk over de Noord-Brabant en het schrijfwerk is voor een groot deel voltooid. Wat 'rest' is het klaarmaken van de onderschriften bij de foto's. Met het uitzoeken van de foto's zijn we al aardig opgeschoten, al zijn we nog niet klaar. Nog steeds bellen mensen op met nieuwe foto's over de Noord-Brabant. En we zijn bezig of het mogelijk is een wandelroute uit te zetten via een app.
Kortom het gemeentearchief Vlissingen is volop bezig 'naast het gewone werk'. Afgelopen weekend bijvoorbeeld werd het hoorspel Vuile Was opgevoerd in het gemeentearchief.
maandag 8 juli 2013
De kappen op de marinewerf en Scheldewerf
![]() |
| Gemeentearchief Vlissingen HTA0492 |
Ook op de marinewerf werd er gestolen. In de laatste week van maart 1859 werden de bliksemafleiders staande op de vier kappen gestolen. De diefstal werd ontdekt doordat op het terrein van de werf doorgehakte stukken koperen geleidedraad werden gevonden. De daders was men wel op het spoor. Toen de grote kappen werden gesloopt, werd ook en ander ontvreemd. In december 1871 werd de 29 jaar oude dijkwerker Adriaan Hubregste veroordeeld tot een maand celstraf en het betalen van de gerechtskosten voor het stelen van sloopmaterialen. De diefstal vond plaats tussen 5 augustus en 1 november aan de Zeedijk onder Westkapelle waarheen de materialen, waaronder een deel van het houten Neptunus beeld, waren vervoerd door Teunis van Rooijen.
De Zierikzeesche nieuwsbode d.d.1 september 1866 ging in op de aanstaande opheffing van de marinewerf te Vlissingen. Men verwees naar de hellingen in gebruik zijnde bij de marinewerven te Amsterdam en Nieuwediep. Die te Amsterdam waren ‘steeds verzakkende’ terwijl toen men in Nieuwediep een scheepje wilde bouwen dit met helling en al verzakte. De Vlissingse hellingen echter waren ‘nog nooit één duim ontweken of verzakt.’ Het Vlissings Weekblad d.d. 12 januari 1867 weerlegde de bewering dat de kappen vervallen waren. Van bevoegde zijde was duidelijk gemaakt dat deze ‘schoone’ kappen in goede staat verkeerden.
De Vlissingse Kamer van Koophandel en Fabrieken heeft wel een poging gedaan om de grote kappen te behouden. Men had in de krant gelezen dat de kappen voor de sloop werden verkocht. Echter de kamer had van drie verschillende partijen gehoord geïnteresseerd te zijn in overname van het terrein en probeerde in 1870 tevergeefs de minister van financiën over te halen de verkoop c.q. verdere sloop tegen te houden. Sinds de sluiting was met lede ogen naar de stelselmatige sloop van de werf en haar gebouwen gekeken. Gevreesd werd dat ook de voor een werf zo belangrijke mastloods zou sneuvelen hetgeen een jaarlijkse huurderving van ƒ 250 voor het rijk zou betekenen.
![]() |
| Gemeentearchief Vlissingen FA25790 |
Het tweede stel kappen meestal aangeduid als de kleine kappen deed tientallen jarenlang na de opheffing van de marinewerf nog steeds dienst. Dankzij de festiviteiten rond de ingebruikneming van de nieuwe havenwerken in 1873 komen we zelfs iets meer te weten over deze kappen. De marinewerf is dan inmiddels gesloten en beide kappen zijn buiten gebruik. Zij worden dan ingericht als een concertzaal met een lengte van 50 meter en een breedte van 18 meter. Bovendien bevatte deze zaal nog eens twee galerijen van dezelfde lengte en elk 5 meter breed. Bovendien was er een restaurant ‘met toebehoren’ met een lengte van 50 meter en een breedte van 12 meter. Het geheel werd versierd met vlaggen, banieren, manden met bloemen etc. hangende vanuit de nokken van de kappen. Het bovenste deel van de wanden werd bekleed met witte stoffen, de onderkant met gekleurde stoffen. Langs de wanden kwamen bovendien 22 schilden te hangen met daarop de namen van beroemde personen als M.A. de Ruyter.
![]() |
| Gemeentearchief Vlissingen. De kleine kappen |
Op 1 juli 1910 brak in de kappen om 15.00 uur brand uit. De brand veroorzaakt door vonken afkomstig vanuit een schoorsteen, werd binnen 45 minuten geblust met behulp van de stoomspuit en door de spuit van het plaatselijke marine wachtschip.Of de kappen dan nog in gebruik zijn, wordt niet vermeld. In de vergadering van de commissarissen van de Kon. Mij. De Schelde wordt op 15 augustus 1908 gezegd dat de overgebleven helft van de kappen binnenkort moet worden afgebroken. In de plaats daarvan moet een overdekking van de spantenbouw worden gemaakt. Gelet op de brand in 1910 is de voorgenomen sloop toen toch uitgesteld omdat in alle krantenberichten duidelijk sprake is van de kappen van de marinewerf.
Echter er is nog een raadsel. Op 8 oktober 1913 bespreken de commissarissen de gewenste bouw van een nieuwe timmermanswerkplaats; de nog steeds bestaande timmerfabriek. Op dat moment maakte men nog steeds gebruik van de ‘houten sloepenloodsen van de voormalige marinewerf, dus reeds meer dan 50 jaar oud, ze staan dan ook op invallen’. Men wilde het terrein waarop deze loodsen stonden blijven benutten voor de scheepsbouw op en langs de hellingen. Het nieuwe gebouw moest dan ook elders worden gebouwd op het terrein naast Albion. Het is dus mogelijk dat deze zogenaamde sloepenloodsen identiek zijn aan de kleine kappen, zeker is dat echter niet.
Abonneren op:
Posts (Atom)


















