Totaal aantal pageviews
Posts tonen met het label 21e eeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 21e eeuw. Alle posts tonen
maandag 25 september 2017
vrijdag 28 oktober 2016
Open Archievendag 2016 in Vlissingen was een succes
Op
zaterdag 15 oktober 2016 stonden de deuren van het Gemeentearchief Vlissingen
wijd open voor het publiek. Nu is dat op zich niets bijzonders, want maandag
tot en met donderdag tussen 09.00 en 16.30 uur staan die zelfde deuren altijd
open. Maar een keer per jaar is er open archievendag, dan krijgen bezoekers
zelfs de kans om een blik, wat heet meerdere blikken, te werpen in de
archiefbewaarplaats. De rest van het jaar is dat verboden gebied.
Dit
jaar waren verantwoording en bewijsvoering de thema’s waarbij de
oorspronkelijke bron het uitgangspunt was. Natuurlijk is het archief de
cultuurhistorische blauwdruk van de Vlissingse genen, maar het is meer.
Overheidsarchieven worden in principe gevormd om verantwoording aan de
samenleving te kunnen afleggen voor het door dezelfde overheid gevoerde beleid.
De (individuele) archiefstukken worden dan weer als bewijsstukken op tafel
gelegd om aan te tonen dat de verantwoording juist en volledig is. Archieven
zijn dan ook van oudsher een hoeksteen van onze samenleving omdat de rechten en
plichten van een samenleving worden vastgelegd en worden bewaard. Onze Grondwet
of de Amerikaanse Declaration of Independence zijn hier een goed voorbeeld van.
Ja het zijn archiefstukken, maar wel met een overstijgende betekenis dan alleen
een archiefstuk. In onze Grondwet staan de grondrechten van de individuele
bewoner van Nederland.
Er
waren dezelfde dag drie presentaties waarbij de sprekers ieder op hun eigen wijze ingingen op de thema’s.
Ron
van Maanen volgde het leven van De Schelde hoofdingenieur Martin in Vlissingen
door gebruik te maken van het bevolkingsregister, geboorte- en
overlijdensregister, de uitgebreide beeldbank van het gemeentearchief, foto’s
van de Kon. Mij. De Schelde en marinescheepsbouwtekeningen. Hierbij werd ook
teruggegrepen op wat verantwoording en bewijsvoering betekent en de rol die
archieven hierin spelen.
Joep
Bremmers bracht een aantal bekende Vlissingers als Brasser en Brouwenaar onder
de aandacht. Hij kon aantonen welke Brasser de auteur was van de 18e
eeuwse beschrijving van de stad Vlissingen door gebruik te maken van
archiefbronnnen. Zijn verhaal sloot hij af door het tonen van een beeldsnijwerk
voorstellende Apollo wat thuishoort op de stok van het muziekvaandel van de
Vlissingse Harmonie Ons Genoegen. Vanaf nu weten we dat het gesneden is door
Brouwenaar in de 19e eeuw. Hij was ook winnaar van de ereprijs van
de Academie te Amsterdam in 1849.
Arthur
Scheijde sloot het drieluik af door zijn presentatie over zijn boek In naam van
De Ruyter en welke bronnen hij daarvoor gebruikt had. In een kleurige
audiovisuele presentatie kwam zelfs De Ruyter als animatiefiguur aan het woord.
Er
waren verder twee rondleidingen in de archiefbewaarplaats waarbij aan de hand
van prenten en andere archiefstukken een en ander werd verteld over Vlissingen.
Op de studiezaal stonden bovendien een aantal panelen met daarop foto’s van
Vlissingse monumenten en de Tweede Wereldoorlog. Bovendien was op de studiezaal
een doorlopende presentatie van plaatjes.
Belangstellenden
konden vragen hoe een en ander op het internet te zoeken. Hiervoor was een
beamer aangesloten en kon via een directe internetverbinding direct ‘live’ op
vragen worden ingegaan, door het antwoord te projecteren op de tegenover
staande muur.
Het
Gemeentearchief Vlissingen presenteerde bovendien weer een aantal belangrijke
bronnen, nu ook digitaal in te zien op het internet.
Het
bevolkingsregister 1860-1921 stond al op het internet, zij het alleen in
tekstvorm. Inmiddels zijn alle bladzijden gedigitaliseerd en gekoppeld aan
individuele inschrijvingen. Hierdoor wordt het mogelijk om een Vlissinger te
volgen in deze periode, waar hij woonde, zijn gezinssamenstelling etc. De scans
kunnen nu thuis ook worden gedownload.
De
Kon. Mij. De Schelde heeft haar archieven een aantal jaren geleden ondergebracht
bij het Gemeentearchief Vlissingen. Sindsdien is er hard gewerkt aan de
ontsluiting. Door de immense hoeveelheden gaat dat misschien langzamer dan
gewild, maar de eindresultaten zijn er wel naar. Het fotoarchief van De Schelde
telt zo’n 120.000 negatieven. Daarvan zijn er nu ruim 4.000 daterende van voor
de Tweede Wereldoorlog op het internet te zien. Van het grote tekeningenproject
is nu het tweede deel afgerond. Twee jaar geleden kon op de Open Archievendag
het eerste deel, te weten tekeningen van machines en ketels 1876-1938, worden
getoond, nu was de marinescheepsbouw 1876-1956 aan de beurt.
vrijdag 10 juni 2016
De Ruyter in beeld: 200 jaar marineschepen genaamd De Ruyter
Op weg naar Vlissingen 22 juni 2016, foto Ron van Maanen
12 juli 2008 Vlootdagen Den Helder, foto Ron van Maanen
Op woensdag 22 juni 2016 zal in de Buitenhaven van Vlissingen het Nederlandse luchtverdedigings- en commandofregat Zr. Ms. De Ruyter (F804) afmeren. Zij keert hiermee terug naar haar geboorteplek waar zij op 1 September 2000 op stapel gezet werd. De Ruyter maakt samen met haar zusterschepen Evertsen, Tromp en De Zeven Provinciën deel uit van de De Zeven Provinciën. Internationaal staan deze schepen in hoog aanzien als het gaat om design en prestaties, waarbij zeker de radarapparatuur van wereldallure is. De stad Vlissingen heeft daarnaast een speciale band met dit fregat, als het ware een vorm van adoptie.
De stad Vlissingen heeft een maritieme geschiedenis die al eeuwen terug gaat en waarvan marineschepen een onlosmakelijk deel van uitmaakten en maken. De Koninklijke Marine bestaat misschien pas 200 jaar, het is de directe opvolger van de uit de 16e eeuw daterende Admiraliteiten. Zeeland had haar eigen admiraliteit met onder meer in Vlissingen een eigen scheepswerf. In 1814 vestigde ook de Koninklijke Marine een nieuwe scheepswerf, deels op het terrein van de oude admiraliteitswerf. Nadat de marinewerf was gesloten, zou in 1875 de Kon. Mij. De Schelde het terrein in gebruik nemen en onder meer marineschepen bouwen.
De Koninklijke Marine kan dus bogen op een rijke en roemvolle geschiedenis en vasthoudend aan tradities vertaalt dit zich ook in het vernoemen van haar schepen. De Zeven Provinciën-klasse is hiervan een mooi voorbeeld door het terugblikken naar de 17e eeuw toen de Republiek der Nederlanden een wereldmacht was en in dezelfde eeuw ook grotendeels in strijd met andere landen als bijvoorbeeld het Verenigd Koningrijk. Uit die tijd dateren roemruchte namen als Evertsen, Tromp en natuurlijk niet te vergeten onze grootste zeeheld, de in Vlissingen geboren De Ruyter. Sinds 1814 zijn diverse schepen De Ruyter gedoopt. Een ander voorbeeld is Karel Doorman, die tijdens de Tweede Wereldoorlog sneuvelde en wiens naam nu het grootste Nederlandse marineschip ooit voert.
Het Gemeentearchief Vlissingen maakt gebruik van het aanstaande bezoek van Zr. Ms. De Ruyter door te duiken in de rijke collecties aan beelden en prenten die zij beheert, om de schepen die sinds 1814 De Ruyter werden genoemd in beeld te brengen.
Linieschip in de tropen
Model Rijksmuseum Amsterdam, Netherlands. Original source
Als fregat met hulpstoomvermogen rond 1862
Als gepantserde stoombatterij in de Dokhaven, tekening Ron van Maanen
2. De tweede De Ruyter is echt een Vlissings schip en een mooi voorbeeld van de technische ontwikkelingen in de 19e eeuw, van zeil naar zeil met hulpstoomvermogen naar alleen stoomvermogen en uiteindelijk zelfs verbouwd tot een gepantserde stoombatterij. Lessen geleerd in de Krimoorlog en de Amerikaanse Burgeroorlog werden toegepast, waarbij de Vlissingense marinewerf met marine-ingenieurs Turk en Tideman een hoofdrol speelde. In 1831 werd zij op stapel gezet als een linieschip van 74 kanons, echter halverwege de bouw geraseerd tot een 50 kanons-fregat (1850) om uiteindelijk in 1853 als zeilfregat 1e klasse te water worden gelaten. Dat heeft niet lang geduurd want in 1860 werd deze De Ruyter verbouwd tot fregat met hulpstoomvermogen. De grote gedaanteverwisseling liet niet lang op zich wachten, want twee jaar later startte de verbouwing tot een drijvende batterij die uiteindelijk uitmondde in een gepantserde versie. Veel plezier heeft de marine van het schip dat de Scheldemonding moest verdedigen niet gehad. In 1874 werd het voor de sloop verkocht.
3. Het schroefstoomschip 1st klasse Zr. Ms. Koningin Emma der Nederlanden werd op 6 november 1876 op de Rijkswerf te Amsterdam als De Ruyter op stapel gezet en op7 januari 1879 herdoopt.
GA Vlissingen 414.25321
4. Het schroefstoomschip 1e klasse Zr. Ms. De Ruyter was opnieuw een Amsterdamse aangelegenheid. Op 7 januari 1879 op stapel gezet op de Rijkswerf aldaar, te water gelaten op 22 september 1880 werd zij op 1 mei 1885 in dienst gesteld. In 1900 werd het schip voor de sloop verkocht.
Gemeentearchief Vlissingen 413.57871
5. De vierde De Ruyter werd opgevolgd door een pantserschip, op stapel gezet op 12 mei 1900 bij de maatschappij voor scheeps- en werktuigkundebouw Fijenoord te Rotterdam en deed onder meer dienst in Nederlands Oost-Indië om uiteindelijk in 1924 voor de sloop te worden verkocht.
tekening Alexander Mari van Maanen
Foto gemaakt 23 oktober 1926
Gemeentearchief Vlissingen Collectie Kon. Mij. De Schelde 513.1625.
6. Met de zesde De Ruyter is eindelijk weer de Vlissingse scheepsbouw in beeld. Op 28 augustus 1925 wordt bij de Kon. Mij. De Schelde een torpedobootjager uit de zogenaamde Admiralen-klasse op stapel gezet die de naam De Ruyter krijgt. Zij het niet voor lang. Want als begonnen wordt met misschien wel de meest bekendste De Ruyter sinds 1814, namelijk de lichte kruiser, krijgt op 1 oktober 1934 de torpedobootjager de nieuwe naam Van Ghent. Eigenlijk wordt daarmee een ander draadje met de Vlissingese geschiedenis opnieuw verbonden. Van Ghent was namelijk de eerste commandant van het zogenaamde Regiment de Marine, het huidige Korps Mariniers. Dit schip liep op 15 februari 1942 op een rif van het eiland Bamidjo, Nederlands Oost-Indië en moest worden verlaten door haar bemanning. Deze stak haar in brand om te voorkomen dat Japan het in bezit kon nemen. Japanse bommenwerpers bombardeerden het wrak overigens nog dezelfde dag.
Gemeentearchief Vlissingen 413.14846. Foto Dert
Twee van de zes waterpijpketels gemaakt bij de Kon. Mij. De Schelde
Gemeentearchief Vlissingen. Collectie Kon. Mij. De Schelde 513.3100
Tandwieloverbrenging gemaakt bij de Kon. Mij. De Schelde
Gemeentearchief Vlissingen. Collectie Kon. Mij. De Schelde 513.2847
7. De lichte kruiser De Ruyter werd niet gebouwd in Vlissingen, maar bij Wilton Fijenoord. Het is jammer dat de opdracht niet naar De Kon. Mij. De Schelde ging. Maar vanuit Vlissingen werden wel onder meer de waterpijpketels en de tandwieloverbrenging geleverd. En ja, zonder voortstuwing kom je niet ver. Het was dit schip dat op 27 februari 1942 ten onder ging in de slag in de Javazee waarbij een geallieerd eskader het zonder succes opnam tegen de Japanse vloot. Op dat moment was schout-bij-nacht Karel Doorman opperbevelhebber van het geallieerde eskader en deed de De Ruyter dienst als zijn vlagschip. Hij ging samen met zijn schip ten onder, van haar bemanning verloren 345 man het leven. Na de Tweede Wereldoorlog werd de naam Karel Doorman door de Koninklijke Marine tot vier keer toe aan een marineschip gegeven, onder meer het joint support schip dat gebouwd werd onder auspiciën van Damen Schelde Naval Shipbuilding te Vlissingen.
Anno 1953, tekening Alexander Mari van Maanen
Als de Almirante Grau in 2010, tekening Alexander Mari van Maanen
A.G. Mes. Gemeentearchief Vlissingen 414.4422
A.G. Mes. Gemeentearchief Vlissingen 414.4423
8. De achtste De Ruyter, opnieuw een lichte kruiser, zou een voorbeeld worden van het hoge niveau van de Nederlandse scheepsbouw. De romp werd al op 5 september 1939 op stapel gezet, maar vanwege de Tweede Wereldoorlog werd het schip pas op 18 november 1953 in dienst gesteld. Aanvankelijk zou ze De Zeven Provinciën worden gedoopt, maar deze naam werd aan haar zusterschip gegeven. Na zo’n 20 jaar dienst werd besloten dat beide kruisers niet meer geschikt waren voor de Nederlandse (marine) eisen en De Ruyter uit dienst werd gesteld en op 13 oktober 1972 werd verkocht aan Peru. In dienst gesteld als de Almirante Grau in 1973 is zij nog steeds in actieve dienst. Sterker nog het is de laatste in actieve dienst zijnde zogenaamde 'gun-cruiser' ter wereld. Met gun-cruiser wordt een kruiser bedoeld waarvan de hoofdbewapening (in haar geval 12cm kanons) bestaat. Zij wordt nog geregeld gemoderniseerd en staat ondanks een romp van respectabele leeftijd (bijna 80 jaar) nog steeds haar mannetje.
Gemeentearchief Vlissingen. Collectie Kon. Mij. De Schelde KMS 80050
Brughuis met koepel, foto Ron van Maanen
Brughuis met koepel, foto Ron van Maanen
De koepel van binnen, foto Ron van Maanen
9. Doordat de Koninklijke Marine afscheid moest nemen van haar twee grootste oppervlakte eenheden was vervanging een noodzaak geworden. Al in de zestiger jaren was samen het Verenigd Koninkrijk begonnen aan de ontwikkeling van een nieuw fregat. Beide landen sloegen uiteindelijk een eigen weg in. Voor Nederland betekende dat de ontwikkeling van het geleide wapenfregat waarvan er twee zouden worden gebouwd, te weten De Ruyter en de Tromp. De Ruyter werd gebouwd in een bouwloods, iets wat in Nederland voor de bouw van oorlogsschepen nauwelijks werd gedaan. Op 22 december 1971 werd zij op stapel gezet om op 3 juni 1976 in dienst te worden gesteld. De opzet was dat zij als vlagschip dienst deed van een Nederlandse onderzeebootbestrijdingsgroep. In 1980 voer deze De Ruyter de Thames op en voer onder de Tower bridge door om af te meren langs de British kruiser HMS Belfast. Misschien een herhaling van de tocht naar Chatham in 1667? In ieder geval trok haar aankomst in London veel aandacht. Bij de viering van 300e jaar geboortedag van De Ruyter in 2007 nam de Britse Marine met de typisch onderkoelde Britse humor wraak door de HMS Chatham te sturen. Op 3 oktober 2001 werd deze De Ruyter uit dienst gesteld. De geleide wapenfregatten trokken met hun ontwerp en prestaties internationaal de aandacht, zeker gelet op de grote radarkoepel bovenop de brug. Deze metershoge bol diende ter bescherming van de 3D-radar, De koepel had ook een bijnaam namelijk Kojak (bol). De naam Kojak refereert aan de Amerikaanse tv acteur Teddy Savalas die in 1973-1978 een politie-inspecteur speelde en zijn hoofd kaal schoor als een biljartbal. Brughuis met koepel zijn bewaard gebleven en tegenwoordig opengesteld voor het publiek op het terrein van de voormalig Rijkswerf te Den Helder.
12 juli 2008 Vlootdagen Den Helder, foto Ron van Maanen
12 juli 2008 Vlootdagen Den Helder, foto Ron van Maanen
10. Ook de tiende De Ruyter is weer een Vlissings product. In september 2000 werd de bouw begonnen door de Koninklijke Schelde Groep BV (het huidige Damen Schelde Naval Shipbuilding). In dienst gesteld op 22 april 2004 zou het eerste fregat binnen de Koninklijke Marine worden met een vrouwelijk commandant, namelijk Jeanette Morang. Het schip deed onder meer dienst in de Golf van Aden voor de bestrijding van artillerie.
maandag 31 augustus 2015
Russisch zeilschip Shtandart gedokt in het Dokje van Perry in 27-31 augustus 2015: een fotorapportage
Afgelopen dagen vond in Vlissingen het maritieme event Vlissingen Maritiem 2015 (28-30 augustus) plaats. Naast een aantal historische sleepboten en vissersschepen waren ook een aantal bijzondere gasten te bewonderen. De Koninklijke marine stuurde haar mijnenjager Zr. Ms. Urk, het Loodswezen de tender Polaris, er lag een historische reddingsboot en twee Russische zeilschepen. Rechtstreeks vanaf Sail Amsterdam kwam het grote zeilschip Mir, afgemeerd tegenover de Timmerfabriek en in het dokje van Perry kwam de Shtandart te liggen. Nu is de Shtandart geen onbekende voor Vlissingen. In augustus 2013 was zij hier ook al te bewonderen. Alleen kwam zij nu te liggen in het Dokje van Perry. Dit dokje werd in 1974 gedempt maar werd een aantal jaren geleden opnieuw uitgegraven en in oude glorie hersteld. Het is dit de tweede keer dat hierin een schip komt te liggen, zij het nog steeds in een met water gevuld dok.
Alexander van Maanen
De Shtandart is een exacte replica van het gelijknamige fregat waarvan op 24 april 1703 op de Olonestky scheepswerf nabij Olonets, Rusland de kiel werd gelegd door de Nederlandse scheepstimmerman Wybe Gerens. De opdracht tot de bouw werd gegeven door de bekende Russische tsaar Peter de Grote. Nu weten de meeste Nederlanders wel dat deze tsaar ook Nederland heeft bezocht en hier zelfs op een scheepswerf heeft gewerkt. Maar weet men ook dat Peter ook Vlissingen heeft bezocht? Weliswaar slechts een kort bezoek maar toch. In 1717 komt hij hier per schip aan. Vermoedelijk is dit schip via de niet meer bestaande toegang naar de Schelde de stad ingevaren en via de Marinesluis aangemeerd in de Dokhaven. Het Dokje van Perry was toen al aangelegd. In dezelfde Dokhaven werden in de tweede helft van de 20e eeuw diverse visfabrieksschepen door de Kon. Mij. De Schelde voor de Sovjet Unie gebouwd. Maar er is nog een relatie tussen het dokje waarin de Shtandart werd gedokt en Rusland. De ontwerper van het dokje, de voormalige Engelse marineofficier John Perry vertrok na zijn werkzaamheden in Vlissingen naar St. Petersburg waar hij betrokken was bij de aanleg van scheepswerven en dokken.
Terugkomend op Vlissingen Maritiem 2015. Op donderdag 27 augustus kwam de Shtandart in Vlissingen aan. Inmiddels waren de nodige werkzaamheden al getroffen om het feitelijke dokken mogelijk te maken. De sleepboot Hermes trok de dokdeur (bateau porte) uit de sponningen. Deze schipdeur kan drijven en werd naast de kade afgemeerd. Hierdoor was de waterstand in het dokje gelijk aan dat in de Dokhaven. Bestuursleden van de Stichting Maritiem Erfgoed Vlissingen waren tegelijkertijd bezig alles gereed te leggen voor het feitelijke afmeren. Om vier bolders werden zeg maar trossen gehangen waaraan stalen kabels werden bevestigd. Verder lagen aan weerszijden van het dokje gangways gereed. Gangways zijn loopplanken voorzien van touwen voor de nodige houvast.




Op maandag 31 augustus vond het uitdokken plaats. Rond 08.00 klonk aan boord van de Shtandart de scheepsbel, het signaal voor haar bemanning dat het aan de slag moest. Een bemanningslid klom de hoge mast in. De sleepboot Hermes werd aan de dokdeur vastgemaakt met trossen.Tegelijkertijd werd overlegd met de bemanning van de Shtandart over de volgorde dat de landvasten moesten worden losgemaakt. Als de dokdeur eruit is getrokken en alle landvasten zijn verwijderd, kan het schip het dokje achterwaarts verlaten. In een soepele boog draait het op de eigen motor, bijgestaan door een dinghy die als boegschroef dient, de Dokhaven in. Om 18.45 passeert het schip de uitkijktoren van het Arsenaal op weg naar haar bestemming: Poole, Engeland. De achterblijvers ruimen alles op. De Hermes duwt nu de dokdeur in de sponningen en de kabels e.d. worden weer opgeborgen in het pompgebouwtje.









Het gemeentearchief Vlissingen is het (historische) geheugen van de stad Vlissingen. Het bewaart de papieren en digitale stadsgeschiedenis voor nu en voor de toekomst. Naast ontelbaar veel papieren documenten bezit het gemeentearchief ook een omvangrijke collectie beeldmateriaal waaronder tienduizenden foto's vanaf eind negentiende eeuw tot vandaag de dag. Foto's gemaakt door professionele maar ook door amateurfotografen.Veel van deze foto's zijn al beschreven en gedigitaliseerd en via de website van het Gemeentearchief Vlissingen te zien. In de komende jaren zal de beeldcollectie grootschalig worden uitgebreid. Naast de gemeentelijke archieven beheert het gemeentearchief ook het omvanrijke archief van de Kon. Mij. De Schelde 1875-1970, een bij uitstek maritiem historische bron die onmisbaar is voor het beschrijven van de stadsgeschiedenis. Naast tienduizende foto's bevat dit Scheldearchief ook duizenden tekeningen van schepen, machines, ketels en soms kunstwerken. Een deel (namelijk de Machinefabriek) is gedigitaliseerd en via het internet toegankelijk gemaakt voor het grote publiek.
Terugkomend op Vlissingen Maritiem 2015. Op donderdag 27 augustus kwam de Shtandart in Vlissingen aan. Inmiddels waren de nodige werkzaamheden al getroffen om het feitelijke dokken mogelijk te maken. De sleepboot Hermes trok de dokdeur (bateau porte) uit de sponningen. Deze schipdeur kan drijven en werd naast de kade afgemeerd. Hierdoor was de waterstand in het dokje gelijk aan dat in de Dokhaven. Bestuursleden van de Stichting Maritiem Erfgoed Vlissingen waren tegelijkertijd bezig alles gereed te leggen voor het feitelijke afmeren. Om vier bolders werden zeg maar trossen gehangen waaraan stalen kabels werden bevestigd. Verder lagen aan weerszijden van het dokje gangways gereed. Gangways zijn loopplanken voorzien van touwen voor de nodige houvast.




Op maandag 31 augustus vond het uitdokken plaats. Rond 08.00 klonk aan boord van de Shtandart de scheepsbel, het signaal voor haar bemanning dat het aan de slag moest. Een bemanningslid klom de hoge mast in. De sleepboot Hermes werd aan de dokdeur vastgemaakt met trossen.Tegelijkertijd werd overlegd met de bemanning van de Shtandart over de volgorde dat de landvasten moesten worden losgemaakt. Als de dokdeur eruit is getrokken en alle landvasten zijn verwijderd, kan het schip het dokje achterwaarts verlaten. In een soepele boog draait het op de eigen motor, bijgestaan door een dinghy die als boegschroef dient, de Dokhaven in. Om 18.45 passeert het schip de uitkijktoren van het Arsenaal op weg naar haar bestemming: Poole, Engeland. De achterblijvers ruimen alles op. De Hermes duwt nu de dokdeur in de sponningen en de kabels e.d. worden weer opgeborgen in het pompgebouwtje.









Het gemeentearchief Vlissingen is het (historische) geheugen van de stad Vlissingen. Het bewaart de papieren en digitale stadsgeschiedenis voor nu en voor de toekomst. Naast ontelbaar veel papieren documenten bezit het gemeentearchief ook een omvangrijke collectie beeldmateriaal waaronder tienduizenden foto's vanaf eind negentiende eeuw tot vandaag de dag. Foto's gemaakt door professionele maar ook door amateurfotografen.Veel van deze foto's zijn al beschreven en gedigitaliseerd en via de website van het Gemeentearchief Vlissingen te zien. In de komende jaren zal de beeldcollectie grootschalig worden uitgebreid. Naast de gemeentelijke archieven beheert het gemeentearchief ook het omvanrijke archief van de Kon. Mij. De Schelde 1875-1970, een bij uitstek maritiem historische bron die onmisbaar is voor het beschrijven van de stadsgeschiedenis. Naast tienduizende foto's bevat dit Scheldearchief ook duizenden tekeningen van schepen, machines, ketels en soms kunstwerken. Een deel (namelijk de Machinefabriek) is gedigitaliseerd en via het internet toegankelijk gemaakt voor het grote publiek.
vrijdag 12 juni 2015
Onderzeebootbouw in Vlissingen tussen 1904 en 1940
Verleden
week maakte minister van Defensie bekend dat de huidige Walrus-klasse
onderzeeboten in 2025 zijn afgeschreven en dan plaats moeten maken voor hun
opvolgers.(1) Op het moment zijn een Nederlands-Zweeds consortium (DSNS-Saab) en verder
scheepswerven in Duitsland en Frankrijk geïnteresseerd in het binnenhalen van
deze miljardenorder. In eerste instantie werd aan vier onderzeeboten gedacht,
nu is ook het aantal van zes genoemd.
Gisteren
(donderdag 18 juni) vond in het hoofdkantoor van Damen Schelde Naval
Shipbuilding (DSNS) de officiële opening plaats van de expositie over
onderzeebootbouw in Vlissingen. De opening werd verricht door oud-onderzeebootcommandant en premier Piet de Jong. Onderzeebootbouw is geen onbekend iets in Vlissingen.
Voor de Tweede Wereldoorlog was de Kon.Mij. De Schelde hofleverancier van
onderzeeboten aan de Koninklijke Marine. Sterker nog de eerste Nederlandse
onderzeeboot de O1 werd hier gebouwd en ook de Onderzeedienst werd in Vlissingen
opgericht.
Een expositie staat er niet zomaar. Naast het vooraf selecteren van de foto's en de bijbehorende gegevens, worden de foto's afgedrukt en geplakt op polyplaat, de tekstbordjes en passe-partouts voor tekeningen gemaakt en een catalogus geschreven. En dan moet alles op panelen worden geplakt, scheefhangen is uit den boze dus dat betekent aan de slag met duimstok en winkelhaak.
Een expositie staat er niet zomaar. Naast het vooraf selecteren van de foto's en de bijbehorende gegevens, worden de foto's afgedrukt en geplakt op polyplaat, de tekstbordjes en passe-partouts voor tekeningen gemaakt en een catalogus geschreven. En dan moet alles op panelen worden geplakt, scheefhangen is uit den boze dus dat betekent aan de slag met duimstok en winkelhaak.
Uitmeten en plakken
Het plaatsen van de diverse modellen, een secuur karweitje
De
Franse schrijver Jules Verne (1828-1905) publiceert in 1869-1870 zijn 20.000
mijlen onder zee waarin het grote publiek kennis kon maken met de avonturen van
kapitein Nemo en zijn Nautilus. Onderzeeboten waren op het moment van het
verschijnen van zijn boek geen onbekend fenomeen, maar er waren maar weinig
mensen die in de praktijk een dergelijk onderzees monster hadden gezien. Toch
waren ze in de net afgelopen Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) al ingezet waarbij
de USS Housatonic tot zinken gebracht werd. De Housatonic heeft de illustere
roem het eerste oorlogsschip tot zinken gebracht door een onderzeeboot te zijn.
Al eeuwen lang dromen mensen van schepen die onder water kunnen varen.
Nederlanders als Cornelis Drebbel (1572-1633) hebben hierbij een rol gespeeld.
Drebbel experimenteerde tussen 1620 en 1624 in Engeland. In 1620 bleef zijn model
zelfs drie uur onder water in de Thames onderweg van de Londense Tower naar
Greenwich.
In
de 19e eeuw ontwierpen Antoine Lipkens (1782-1847) en de
marineofficier Olke Uhlenbeck (1810-1833) een onderzeeboot met een bemanning
van 5 koppen. De Koninklijke Marine nam echter het ontwerp niet over en het is
nooit gerealiseerd. Wat resteert is een model in het Rijksmuseum te Amsterdam.
Het onderzeebootontwerp van Antoine Lipkens en Olke Uhlenbeck 1835-1840
Rijksmuseum Amsterdam, Netherlands object NG-MC-1156 Original url
Vanuit
de Koninklijke Marine en het toenmalige Departement van Marine was men in het
laatste kwart van de negentiende eeuw passief geïnteresseerd in onderzeeboten.
Op een aanbod om bijvoorbeeld in Zweden aanwezig te zijn bij de bouw reageerde
de minister afwijzend. Wel vroeg hij om na afloop documentatie toe te sturen. In
1899 werd de minister actiever door zijn ambtscollega van buitenlandse zaken in
te schakelen om meer informatie te verkrijgen over de door John Philip Holland
(1840-1914) ontworpen onderzeeboot te leveren, via de Electric Boat Company.
Twee jaar werden zelfs Nederlandse marineofficieren naar de Verenigde Staten
voor dit doel gestuurd. Dit alles leverde echter niets op. Er was een andere
ontwikkeling gaande die resulteerde in onderzeebootbouw in Vlissingen. De Kon.Mij. De
Schelde raakte geïnteresseerd en trachtte tevergeefs zelfs ontwerper Holland in
dienst te nemen. Men kreeg toestemming de Holland 7P in licentie te gaan
bouwen. Dit werd de Luctor et Emergo die zonder een officiële toezegging van de
Koninklijke Marine werd gebouwd. Dat ging echter niet zonder slag of stoot. De
eerste tests mislukten totaal ondanks de aanwezigheid van Amerikaanse experts.
Het was de Nederlandse marineofficier Paul Koster die er in slaagde van de
Luctor et Emergo een succes te maken. Op 21 december 1906 werd zij als de
Hr.Ms. O in dienst gesteld bij de Koninklijke Marine. Dit betekende tevens de
oprichting van de Onderzeedienst. De Schelde werd de voornaamste leverancier
van onderzeeboten aan de Koninklijke Marine. Het had anders kunnen lopen want
de Schiedamse werf Gusto had in 1906 ook een onderzeebootafdeling met aan het
hoofd de ervaren Franse ingenieur Maxime Laubeuf opgericht. Daar kwam de
onderzeebootbouw echter niet van de grond.
De
Kon.Mij. De Schelde bleef in de daaropvolgende jaren voortborduren op het Electric
Boat Company ontwerp dat echter continue werd aangepast. Ook de Engelse firma
Whitehead, onder meer leverancier van torpedo’s, speelde hierbij een grote rol.
Whitehead richtte in Fiume (tegenwoordig Rijeka, Croatia) een fabriek op voor
de bouw van onderzeeboten. Paul Koster verliet de marinedienst en werd als
directeur benoemd. En passant nam hij een deel van het personeel van de De
Schelde mee, vermoedelijk allen betrokken geweest bij de bouw van de O 1 ! Tussen
1906 en 1913 werkten diverse Nederlanders daar onder meer aan de bouw van
onderzeeboten voor de Oostenrijkse marine. Koster speelde een dubbelrol, want
hij trachtte voor de De Schelde ook orders binnen te slepen voor de
Scandinavische landen. België en in 1912 voor Oostenrijk. Dat laatste is opvallend
want in Fiume waar hij directeur was, werd juist voor Oostenrijk gebouwd.
Overigens wees De Schelde deze opdracht van de hand. De Schotse ingenieur
Marley Fotheringham Hay, aanvankelijk in dienst bij de Electric Boat Company, was
van groot belang bij de doorontwikkeling van het eerste onderzeeboot concept.
Hij is naast Den Haag ook woonachtig geweest in Vlissingen waar op 21 november
1906 zijn zoon John Liston werd geboren. Op zijn naam staan diverse octrooien
en hij was aanwezig tijdens de bouw van diverse onderzeeboten op de Vlissingse
werf. In 1917 verscheen zijn standaardwerk getiteld “Secrets of the Submarine.”
Impressie van de Schelde-Gunning onderzeeboot (RvM)
Naast
het bouwen voor rekening van de ministeries van Marine (de O-klasse) en
Koloniën (de K-klasse) oriënteerde De Schelde zich ook op de internationale
markt. Hiervoor werd ook een eigen ontwerp gemaakt, namelijk de Schelde-Gunning
onderzeeboot mijnenlegger waarvoor internationaal octrooien werden verkregen
tussen 1929 en 1934.(2) Dit onderwerp kwam echter nooit verder dan de
tekentafel. Besprekingen met een Parijse firma voor in licentie bouwen en levering
aan bijvoorbeeld Portugal en Noorwegen liepen op niets uit. Wat resteert zijn
onder meer een brochure en een enkele foto van een op ware schaal nagebouwd
halfmodel. In 1933-1934 was De Schelde in gesprek met Brazilië voor de bouw van
onderzeeboot mijnenleggers echter niet op basis van het eigen ontwerp maar dat
van het Ingenieurskantoor voor Scheepsbouw NV (INKAVOS).
Het
totale onderzeebootprogramma, gerealiseerd door De Schelde bevat dan ook
‘slechts’ een onderzeeboot voor buitenlandse rekening, namelijk de Orzel voor
Polen. Dit zegt niets over de kwaliteit van de werf die zich staande moest
houden in een periode waarin men kampte met een wereldomvattende economische
crisis en hevige concurrentie van andere scheepswerven. Voor de Koninklijke
Marine werden onder meer de O13 en de O21 gerealiseerd. Daar waar de O13
verloren ging met man en muis en tot op vandaag de dag nog steeds vermist is,
was de O21 een van de meest succesvolle Nederlandse onderzeeboten tijdens de
Tweede Wereldoorlog. Na afloop van dezelfde oorlog was de Onderzeedienst tot
een minimum teruggebracht. De meeste vooroorlogse onderzeeboten waren of
verloren gegaan of uit dienst gesteld of nagenoeg opgevaren. In de jaren
twintig begon de Koninklijke Marine zelf haar onderzeeboten te ontwerpen. Als
men na de Tweede Wereldoorlog deze wijze van werken wilt voortzetten, ontstaat
een ‘strijd’ met bovengenoemd NEVESBU. Er is een hevige discussie over de vorm
van de onderzeeboot te weten het traditionele model contra het 3-cylinder
concept. Uiteindelijk kiest men voor het laatste concept. De Schelde is
intensief betrokken bij de ontwikkeling al worden in Vlissingen geen
onderzeeboten meer gebouwd.
Noten
1. In de spreektaal worden de
termen duikboot en onderzeeboot door elkaar heen gebruikt. De duikboot is in
feite de voorganger van de onderzeeboot. Weliswaar kan een duikboot onder water
varen, maar in principe deed hij dienst aan de oppervlakte. De bewapening uit
kanons en mitrailleurs naast de torpedobuizen wijst hier ook op. Aan de
oppervlakte was de snelheid ook veel hoger dan onder water. Men ging onder
water voor een aanval of om te ontsnappen wanneer men zelf werd aangevallen. De
omslag kwam toen het technisch mogelijk werd gedurende langere tijd onder water
te blijven. Dit onder meer dankzij de uitvinding van de zogenaamde
snuiverinstallatie.
2.
Maximiliaan Frederik Gunning (1895-1972), een scheepsbouwkundig ingenieur
aanvankelijk in dienst van de Koninklijke Marine als hoofd tekenkamer bureau
scheepsbouw. In 1926 werd hij benoemd tot hoofd afdeling marinescheepsbouw De
Schelde. In 1935 werd mede dankzij zijn inspanningen de N.V. Verenigde
Scheepsbouw-bureaux (NEVESBU) te ‘s-Gravenhageopgericht. Gunning werd hiervan
directeur. NEVESBU waarin de belangrijkste Nederlandse scheepswerven waren
verenigd speelde een belangrijke rol bij de verwerving van marineopdrachten
inclusief de aanbouw van twee Poolse onderzeeboten waaronder de Orzel. In
latere jaren was hij de grote man achter het zogenaamde 3-cylinder ontwerp.
Ondanks dat dit een goed ontwerp was, zijn onderzeeboten van dit type alleen
voor de Koninklijke Marine gebouwd.
De expositie is tot en met 29 juli 2015 geopend op de woensdagmiddagen tussen 13.00 en 17.00 uur op het bezoekadres Glacisstraat 165 te Vlissingen.
De expositie is tot en met 29 juli 2015 geopend op de woensdagmiddagen tussen 13.00 en 17.00 uur op het bezoekadres Glacisstraat 165 te Vlissingen.
Abonneren op:
Posts (Atom)




























